<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>jeroen kuiper .info &#187; Recensies</title>
	<atom:link href="http://www.jeroenkuiper.info/category/recensies/feed" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.jeroenkuiper.info</link>
	<description>Bedenkelijke bedenkingen</description>
	<lastBuildDate>Sun, 29 Aug 2010 15:02:36 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.9.1</generator>
	<language>nl</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>Infernopolis</title>
		<link>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/infernopolis</link>
		<comments>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/infernopolis#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 29 Aug 2010 14:52:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Kuiper</dc:creator>
				<category><![CDATA[Recensies]]></category>
		<category><![CDATA[Heidegger]]></category>
		<category><![CDATA[kunst]]></category>
		<category><![CDATA[techniek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.jeroenkuiper.info/?p=421</guid>
		<description><![CDATA[Vanaf de Willemskade  transporteert partyschip Gemini de bezoeker in zo’n 20 minuten naar de  onderzeebootloods. Het doel van het transport is de bezoeker te voorzien  van een beleving van een boottochtje in een zomerse vakantie. De  afstand tot de stad maakt dat de weerspiegeling van de zon en wolken in  [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-full wp-image-427" title="Infernopolis: Darwin" src="http://www.jeroenkuiper.info/wp-content/uploads/2010/08/infernopolis_darwin.jpg" alt="Infernopolis: Darwin" width="178" height="100" />Vanaf de Willemskade  transporteert partyschip Gemini de bezoeker in zo’n 20 minuten naar de  onderzeebootloods. Het doel van het transport is de bezoeker te voorzien  van een beleving van een boottochtje in een zomerse vakantie. De  afstand tot de stad maakt dat de weerspiegeling van de zon en wolken in  het glas van de Rotterdamse hoogbouw de bezoeker bestempelt met een  indruk van plezier uit de herinnering aan Tati’s <em>Playtime</em>. De enorme kranen en  stapels containers schotelen hem een esthetisch lijnenspel voor. Ter  verhoging van het vakantiegevoel wordt een overbodige en verwarrende  extra lus gevaren.</p>
<p>Bij  aankomst kanaliseren pijlen de kleine stroom bezoekers naar de  voormalige onderzeebootloods, waar de bezoeker meent dat z’n bezoek aan  de door Museum Booijmans bestelde tentoonstelling <em>Infernopolis</em> van werken uit Atelier  Van Lieshout (AVL) pas begint. De tentoonstelling is in vier delen over  de immense hal uitgespreid:</p>
<ol>
<li>The Technocrat</li>
<li>System and Organs</li>
<li>Cradle to Cradle</li>
<li>New Sculptures (en wel  twee in aantal &#8211; deze laat ik onbesproken)</li>
</ol>
<h3>1. The Technocrat</h3>
<p>De installatie <em>The Technocrat</em> stelt een gesloten  circuit voor waarin mensen gehouden worden. De ‘deelnemers’ zouden door  alcohol versuft hun dag door brengen in een stellage van stapelbedden.  Driemaal daags krijgen zij voedsel toegediend en vervolgens worden zij  met een vacuümpomp leeggezogen. De onttrokken excrementen worden omgezet  in biogas, waarmee het voedsel wordt bereid. Het is kortom een  duurzaam, bio-industrieel systeem voor het houden van mensen.</p>
<p><img class="alignright size-full wp-image-428" title="infernopolis" src="http://www.jeroenkuiper.info/wp-content/uploads/2010/08/infernopolis.jpg" alt="" width="129" height="100" />De gruwel die de  aanblik van zo’n systeem zou kunnen oproepen wordt geneutraliseerd  doordat het systeem niet aangesloten is en derhalve niet in bedrijf is  (en niet kan zijn). Bovendien is het geheel in vrolijke, primaire,  my-first-sony kleuren geverfd. Ook zijn er humoristische elementen in  de installatie verwerkt. Zo is er een <em>Modular Multi-Woman Bed</em> voorzien  van omgekeerde flessen alcohol aan de bedposten. De kinderen die  sommige bezoekers hadden meegebracht klommen er enthousiast in. De  opstelling met de vacuümpomp heet <em>Arschmänner</em>. Het is een gruwelijk  concept: een gesloten systeem waarin mensen als exploitatie-vee zijn  opgenomen. Maar de opstelling, de kleuren en de humor maakt het  gruwelijke,<em> in-your-face</em> concept tot iets licht komisch.</p>
<p>De cultuurpessimist  ziet meteen een vergelijking met de moderne industriële maatschappij,  hoewel zij (nog) geen ecologisch verantwoord systeem is, waar de mens te  werk gesteld is als functie binnen een groter systeem, terwijl hij in  z’n vrije tijd versuft wordt door entertainment (de hypnose van de tv,  de kleine sociale pleziertjes van de sociale media). De keten en zijn  onaangename kanten blijven in dit systeem verborgen. Bij de supermarkt  ligt het vlees in op de wensen van de consument toegesneden porties in  geruststellend gekleurde bakjes; de bio-industriële keten (en zijn  gruwelen) erachter wordt verhuld. Bij de kledingwinkel ligt dat hippe  hempje in een gestileerde setting voor een lage prijs; de  brandstofdampen van het schip, de sweatshop van de naaisters, de kromme  ruggen van de kantoenplukkers, blijven buiten beeld. Waar in ons  economisch systeem de keten zich op de achtergrond houdt, en soms  moedwillig verborgen, daar brengt AVL het naar voren. En wel op een licht  komische, niet erg gruwelijke manier.</p>
<h3>2. System and organs</h3>
<p><img class="alignright size-full wp-image-429" title="infernopolis2" src="http://www.jeroenkuiper.info/wp-content/uploads/2010/08/infernopolis2.jpg" alt="" width="153" height="100" />Dezelfde werkwijze  zien we terug in het tweede deel. Organen uit het menselijk lichaam  zijn uitvergroot tot het groteske en omgezet in een leefruimte: het  darmenstelsel als bar (<em>BarRectum</em>, de anus is de nooduitgang), de baarmoeder als wooneenheid (<em>Wombhouse</em>), de romp van een  vrouw als café (<em>BikiniBar</em>, ingang via een beenstomp), een paarse spermacel als een  soort kraampje (<em>Darwin</em>, onder de straat  steken ledematen, hoofden en rompen uit). Door het gebruik van schuim  ogen de werken organisch.</p>
<p>Hoe vaak besef je dat achter die fraaie  menselijke huid een stelsel van organen, bloed, aderen, etc. kolkt &#8211; bij jezelf en anderen?  Organen die er buitenaards en verontrustend uitzien. Bij AVL krijgen ze  echter een aangenaam kleurtje en een grappige bestemming. Het  verontrustende wordt ook hier geneutraliseerd, zonder het echter te  verhullen.</p>
<h3>3. Cradle to cradle</h3>
<p>In het derde deel past  AVL het cradle2cradle-beginsel (echt re-cyclen ipv down-cyclen) toe  op het menselijke lichaam en zijn organen. De opstellingen zijn een  combinatie tussen een operatiekamer en een abattoir. De uitvoering is in  dezelfde stijl als het tweede gedeelte, maar zonder het komische accent  en daardoor wel enigszins weerzinwekkend (zeg maar, niet geschikt voor  kinderen), hoewel de witte kleur het ergste wegneemt.</p>
<h3>Wat is het  verontrustende?</h3>
<p>Wat is er het verontrustende? Het cradle2cradle-systeem,  mits niet toegepast op mensen, is een uitstekende ontwikkeling. Een  duurzaam gesloten circuit is te prefereren boven verspilling en  milieuvervuiling. En zijn wij de organen niet de onze?</p>
<p>Het verontrustende is  dat de mens in een gesloten systeem wordt opgenomen en dat de mens zelf  ook zo&#8217;n organisch systeem is. Wat is daaraan verontrustend?</p>
<p>Net als over de  organen in ons lichaam, hebben we over een gesloten systeem geen  controle. We kunnen het niet sturen en beheersen. Ook al wordt de ziel,  de geest, het bewustzijn, het brein of hoe je het ook noemen wilt gezien  als het sturende beginsel van het lichaam, je hebt over je organen geen  controle. Je kunt niet je lever aan of uit zetten, noch je darmen langzamer  of sneller laten werken. Daarnaast zijn we, met ons lichaam, deel van  een veel groter systeem. Ons zijn, bijvoorbeeld op het werk, wordt een  functioneren genoemd. Functioneren is werken binnen een groter geheel,  waarin je de input van een ander omzet in output, die weer input is voor  iets anders. Jouw doel (een deadline halen) is een middel voor een  ander (met de opgeleverde webwinkel spullen verkopen). In elke stap van  de keten staat een mens aan het roer. Zulke systemen worden dan ook  cybernetische systemen genoemd (van Gr. <em>kybernētēs</em> &#8211; stuurman), systemen  van sturing. Maar niemand heeft het geheel onder controle, iedereen is  deel van het systeem en wordt door het systeem gestuurd. De mens is  zowel stuurman als bestuurde.</p>
<h3>Stuurman en bestuurde</h3>
<p>Het werk van AVL neemt expliciet de mens als  onderwerp van de systemen. Het roept de vraag op naar de  dubbelzinnigheid van de mens als stuurman en bestuurde. Het beeld dat ons wordt voorgehouden dat we heer en  meester van de natuur zijn en de realiteit dat we vooral de bestuurde  lijken. In de bekende (neo)marxistische analyses wordt gezocht naar de  boze bestuurders (de kapitalisten, de internationale bedrijven, de machten van het <em>Empire</em>) en opgeroepen om de bovenbouw omver te werpen en om de orde  om te keren, zodat andere bestuurders over de systemen controle  krijgen. De logica van controle blijft echter in tact; het systeem draait door. De filosoof die  heeft nagedacht over de dubbelzinnigheid van de mens binnen de moderne  techniek en die daarbij verder is geraakt dan de (neo)marxisten is  Heidegger.</p>
<p>In zijn voordracht <em>Die Frage nach der  Technik</em> (1953) komt Heidegger tot de conclusie dat de moderne techniek niet  louter een instrument in handen van de mens is. Het is niet louter een  middel voor een doel, omdat het alles op een bepaalde manier te  voorschijn brengt (zelfs zo opeist), namelijk als functie, als middel voor een doel.  De moderne techniek is niet louter een instrument, maar een wijze van  denken die je niet naar believen kunt afleggen en aannemen. Het heeft je  reeds aangesproken en geclaimd. De verhouding van de mens tot de techniek is daarom niet louter die van stuurman of bestuurde,  maar je beantwoordt aan de aanspraak die het wezen van de techniek op je  doet. Heidegger voorzag dat de confrontatie met de techniek zou  plaatsen vinden in de kunst. Of deze verwachting zal uitkomen kan ik  (nog) niet te zeggen. Wellicht dat het werk van AVL daarin een rol kan  spelen: het toont het op een plastische wijze de plaats van de mens  binnen een technisch systeem. Een plaats die botst met het overgeleverde  begrip van de mens als autonoom, rationeel subject en daarop kan nopen  tot een herbezinning op het wezen van de mens.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/infernopolis/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het metafysisch verzet tegen de dictatuur van de wetenschap</title>
		<link>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/metafysisch-verzet-tegen-dictatuur-wetenschap</link>
		<comments>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/metafysisch-verzet-tegen-dictatuur-wetenschap#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 11 Jun 2010 20:56:33 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Kuiper</dc:creator>
				<category><![CDATA[Recensies]]></category>
		<category><![CDATA[metafysica]]></category>
		<category><![CDATA[wetenschap]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.jeroenkuiper.info/?p=401</guid>
		<description><![CDATA[Heidegger sprak in een brief aan de Zwitserse psychiater Medard Boss van de hedendaagse &#8216;dictatuur van de wetenschap&#8217; (Zollikoner Seminare). Uit andere uitspraken van &#8216;de late Heidegger&#8217; valt af te leiden dat hij deze dictatuur voor totaal houdt &#8211; of op zijn minst dat deze op weg is totaal te worden. Anderzijds doet hij in [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-full wp-image-405" title="Een tekening door Haeckel (wikipedia)" src="http://www.jeroenkuiper.info/wp-content/uploads/2010/06/Haeckel_Actiniae.jpg" alt="Een tekening door Haeckel" width="100" height="143" align="right" />Heidegger sprak in een brief aan de Zwitserse psychiater Medard Boss van de hedendaagse &#8216;dictatuur van de wetenschap&#8217; (<em>Zollikoner Seminare</em>). Uit andere uitspraken van &#8216;de late Heidegger&#8217; valt af te leiden dat hij deze dictatuur voor totaal houdt &#8211; of op zijn minst dat deze op weg is totaal te worden. Anderzijds doet hij in dezelfde <em>Zollikoner Seminare </em>uitspraken die met deze bewering strijdig zijn. Hij spreekt bijvoorbeeld alsof er een andere (holistische?) wijze van geneeskunde nodig zou zijn.</p>
<h4>Een dictatuur en het verzet</h4>
<p>In een niet totale dictatuur is er altijd verzet dat de kop moet worden ingedrukt. Een totalitaire dictatuur organiseert het eigen verzet om zichzelf te versterken. Tenminste, als we afgaan op de twee of drie voorbeelden die we ervan kennen: in uiterste vorm, Stalin, op de voet gevolgd door Mao en ook Hitler ging die kant uit. Bij Stalin was dit organiseren vooral een verzinnen en/of paranoïde inbeelden van verzet. Nauwelijks was het bloed van de beschuldigden van het vorige complot gestold, of er doemde al weer een nieuw complot op. Dit hield de angst er goed in, omdat ook altijd de &#8216;hofhouding&#8217; (anders dan bij Hitler) in gevaar was. Zo werd de vrouw van tweede man Molotov (inderdaad, hij kreeg ook een explosieve cocktail naar zich vernoemd) gedeporteerd. Mao organiseerde een campagne ter aanmoediging van publieke kritiek op het regime, die poëtisch &#8216;Laat honderd bloemen bloeien&#8217; heette. Vervolgens organiseerde hij een campagne om de uitgebotte criticasters te bestrijden. Of de wetenschap een totalitaire dictatuur is of niet, dat is nog de vraag. Wellicht kunnen we het aflezen aan de stand van het verzet.</p>
<h4>Het metafysisch verzet: het vitalisme van Driesch</h4>
<p>Ik was vanochtend bij een lezing van Rico Sneller voor het <a rel="external" href="http://ricosneller.blogspot.com/2010/05/minisymposium-filosofie-en.html">mini-symposium van de werkgroep Filosofie en Spiritualiteit</a>. In deze lezing betoogde Sneller dat de vitalistische metafysica van negentiende eeuwer <a rel="external" href="http://en.wikipedia.org/wiki/Hans_Adolf_Eduard_Driesch">Hans Driesch</a> voor ons nog relevant is. Driesch was een leerling van <a rel="external" href="http://en.wikipedia.org/wiki/Haeckel">Ernst Haeckel</a>, bekend om zijn fraaie tekeningen en vooral om zijn theorie dat het ontstaan van soorten (fylogenese) de mechanische oorzaak van het ontstaan van het organisme uit het embryo (ontogenese of morfogenese) is. De verschillende fasen van het embryo zouden de verschillende fasen van de evolutie herhalen. Driesch&#8217; eigen experimentele onderzoek in de embryologie leidde tot de ontdekking van de toti- en pluripotente cel, de cel die (bijna) elke andere cel kan worden. Hij meende dat dit niet door de mechanistische darwinisme kon worden verklaard. En aangezien hij volgens de &#8216;<a rel="external" href="http://en.wikipedia.org/wiki/Recapitulation_theory">recapitulation theory</a>&#8216; van Haeckel de embryonale ontwikkeling als een herhaling van de ontwikkeling van soorten zag, volgde voor hem dat de mechanistische theorie van Darwin alleen het verdwijnen van soorten kan verklaren, maar niet het ontstaan ervan. De evolutietheorie zou de evolutie niet kunnen verklaren! Daarvoor was een &#8216;psychoïde entelechie&#8217; voor nodig. Deze niet-mechanische kracht zou de vorming van het organisme (en, in het grotere geheel, van de soorten) voortstuwen.</p>
<p>Als stoffig relict van de wetenschapsgeschiedenis enigszins interessant en vooral amusant, maar Sneller beweerde dat dit nog altijd relevant is, dat het probleem van het leven nog altijd bediscussieerd wordt. Bij de vragen na afloop waren er ook nog eens, je kon erop wachten, van die oude mafkezen die vroegen hoe dit met het Bewustzijn te maken had, dat natuurlijk aan alles voorgaat en de materie stuurt enz. enz. Eigenlijk had ik moeten reageren, maar hoe je dat? &#8216;Alles wat u hebt gezegd, is flauwekul&#8217;, dat klinkt zo onaardig. Vriendelijkheid en traditie maken van ons lafaards, zei de spreekster, Karin Melis, in de voorafgaande lezing; zij blonk overigens uit in zulke vage tegeltjeswijsheden.</p>
<p>Ik kijk op <a rel="external" href="http://en.wikipedia.org/wiki/Morphogenesis">wikipedia: morphogenesis</a> en zie geen noemenswaardige problemen. In de &#8216;recapitulation theory&#8217; gelooft geen bioloog meer. Het argument tenslotte dat de evolutietheorie het ontstaan van soorten niet zou kunnen verklaren, kom je in creationistische en aanverwante kringen nog wel eens tegen. In elk boek over de evolutietheorie zal uitleggen waarom dat onzin is: recombinatie en variatie met natuurlijke selectie is genoeg. In termen van Daniel Dennett (<em>Darwin&#8217;s Dangerous Idea</em>) is de &#8216;psychoïde entelechie&#8217; een &#8216;luchthaak&#8217;. Deze metafyische kracht is nergens voor nodig, het fenomeen kan uitstekend met mechanische &#8216;kranen&#8217; worden verklaard. De biologie heeft de metafysica niet nodig om haar problemen op te lossen. <em>Exit Driesch</em>.</p>
<p>Sneller werd op Driesch gewezen door Hans Gerding, die in Leiden op kosten van een theosofische vereniging (ze bestaan blijkbaar nog, die theosofen) zich bezig houdt met parapsychologie. Parapsychologie is net als het vitalisme metafysisch verzet tegen de dictatuur van de wetenschap. Met zulk verzet zal de wetenschap niet erg in de maag zitten. Wat onwetende theologen, wat vage figuren zonder intellectueel geweten, een ernstig verdwaalde ex-wetenschapper (<a rel="external" href="http://en.wikipedia.org/wiki/Rupert_Sheldrake">Rupert Sheldrake</a>), nee, zij zullen geen <em>regime change</em> brengen.</p>
<p>Mijn advies aan Rico Sneller is:</p>
<ul>
<li>spreek niet  van zaken waarvoor geldt dat je &#8216;niet gehinderd wordt door enige  kennis&#8217;.</li>
<li>negeer de adviezen van Hans Gerding, een slechte  invloed in deze werkgroep.</li>
<li>houd het bij echte filosofie  waar je wat van weet, Derrida c.s.</li>
</ul>
<h4>De dictatuur van de wetenschap en het metafysisch verzet</h4>
<p>De dictatuur van de wetenschap organiseert zijn eigen verzet: het wetenschappelijk discours, het toelaten van verschillende strijdige theorieën en hypothesen. Deze strijd is echter geen strijd tegen de wetenschappelijke methode, maar alleen een strijd van theorieën. Een verstrekte theorie of een overwinning van een voorheen nieuwe theorie verstrekt de wetenschap alleen maar. De strijd vergroot de technische handelingsmogelijkheden, zorgt voor nieuwe geneeswijzen, ontsluit nieuwe markten. Dit verzet is als de strijd tussen de instituties in een dictatuur, die de dictatuur alleen maar versterken.</p>
<p>Het echte verzet tegen de dictatuur van de wetenschap zal verdwijnen of is reeds verdwijnen, net als het   echte verzet in een totale dictatuur. Het metafysische verzet kan als schijnverzet de   dictatuur blijven versterken. Wellicht is dat het geval. De dictatuur wordt er in ieder geval niet door aangetast. Het houdt de   schijn van &#8216;er is nog iets anders&#8217; op. Het geeft de dictatuur een heilig   aureool. Of het zorgt voor wat amusement (de ver-Nico-Dijkshoorn-ing   van de filosofie).</p>
<p><em>Resistance is futile</em>, zegt het totalitair cybernetische volk <a rel="external" href="http://en.wikipedia.org/wiki/Borg_%28Star_Trek%29"><em>The  Borg</em> in <em>Star Trek</em></a>. Het metafysische verzet tegen de wetenschap, het zoeken naar iets  boven  en buiten de mechanische wetten dat niettemin op de fysische  wereld  van invloed is, is zinloos. Het metafysische verzet &#8211; daar lacht de  dictatuur  om.</p>
<p><em>You will be assimilated</em>. Jullie zullen worden  gelijkgeschakeld met de wetenschap. De financiers en de managers zullen  jullie dwingen iets nuttigs te gaan doen. Men zal  zeggen: laat Driesch maar verstoffen, ga eens empirisch  onderzoek doen!</p>
<p><em>Your distinctiveness will be added to our own</em>. Jullie  talent en werkkracht zullen voor de wetenschap worden ingezet. Ga productie draaien, prestatienormen halen.</p>
<p>Kortom, afgaande op de stand van het verzet, nadert de dictatuur van de wetenschap zijn totalitaire status, of is reeds zover. (Ter relativering: men kan ook spreken van de totale dictatuur van het amusement, van de accelererende snelheid, van het beeld, enz.)</p>
<h4>Geen verzet, maar denken</h4>
<p>Heidegger zegt dat de wetenschap juist is, maar niet waar. Wat dat  ook precies moge betekenen, hij ziet geen heil in een herleving van de  metafysica. De wetenschap is juist, er zijn geen onjuistheden waarvoor  metafysische luchthaken nodig zijn. Heidegger zag nog een mogelijkheid  van een denken bij de wetenschap, denkend aan wat de wetenschap zelf  niet denken kan. Dit aandenken noemde hij geen filosofie meer: de  wetenschap ontspringt aan de filosofie, maar thans loopt de filosofie   aan haar leiband (veelal Angelsaksische filosofie) of de filosofie  organiseert het metafysische verzet tegen de wetenschap.</p>
<p>In ieder geval geeft het metafysische verzet de voorbereiding van een  niet-metafysisch denken, zoals Heidegger dat nog voor zich zag, een  slecht imago. Alsof het samenvalt met het metafysische verzet tegen de  dictatuur van de wetenschap. Het is tenslotte nog de vraag of Heideggers  vraag naar de wetenschap te denken is, maar dan moet het eerst een  echte vraag worden. De metafysica zelf zal daarbij niet helpen, integendeel.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/metafysisch-verzet-tegen-dictatuur-wetenschap/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Niets cadeau. Het niets van de ziel</title>
		<link>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/niets-cadeau</link>
		<comments>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/niets-cadeau#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 02 Jun 2010 11:39:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Kuiper</dc:creator>
				<category><![CDATA[Recensies]]></category>
		<category><![CDATA[Eckhart]]></category>
		<category><![CDATA[Heidegger]]></category>
		<category><![CDATA[niets]]></category>
		<category><![CDATA[Nietzsche]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.jeroenkuiper.info/?p=383</guid>
		<description><![CDATA[De wetenschap meent dat zij de  metafysica heeft overwonnen. Dat is juist. Er spelen twee  standpunten: het standpunt van de metafysica en het standpunt van de  wetenschap. In zijn essay Niets cadeau. Een filosofisch essay over de  ziel onderscheidt Gerard Visser een derde standpunt. Het essay kan  worden beschouwd als [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-full wp-image-389" title="Niets cadeau" src="http://www.jeroenkuiper.info/wp-content/uploads/2010/06/niets-cadeau.jpg" alt="Omslag niets cadeau" width="100" height="172" />De wetenschap meent dat zij de  metafysica heeft overwonnen. Dat is juist. Er spelen twee  standpunten: het standpunt van de metafysica en het standpunt van de  wetenschap. In zijn essay <em>Niets cadeau. Een filosofisch essay over de  ziel</em> onderscheidt Gerard Visser een derde standpunt. Het essay kan  worden beschouwd als een samenvatting van zijn denkweg, toegespitst op  de vraag naar de ziel. Het derde standpunt is een herneming van de inzet  van de levensfilosofie. Terwijl het metafysische en wetenschappelijke  standpunt ingebed zijn in de verhouding van de mens tot de wereld der  dingen, vraagt de levensfilosofie aandacht voor de verhouding van de  mens tot zijn leven. Voor de levensfilosofen, meestal worden  Schopenhauer, Nietzsche, Dilthey en Bergson genoemd, draait het om de <em>zelfverhouding</em> en niet de <em>wereldverhouding</em>.</p>
<h4>Het metafysische standpunt</h4>
<p>Het  essay heeft als thema de ziel. De metafysica beschouwt de ziel als <em>&#8216;intellectuele  en productieve substantie&#8217;</em>. De ziel is een <em>substantie</em>: een  entiteit die op zichzelf staat, dat wil zeggen een entiteit die geen  bepaling van iets anders is. De ziel is een substantie die de levenloze  materie van het lichaam <em>productief</em> maakt, voortbrengt. Het wezen  van substantie ligt in de <em>intellectuele</em> aanschouwing van het  wezen der dingen. Dit aanschouwen is een productief voorstellen. Dit  productieve, intellectuele voorstellen van het wezen van al het zijnde  is zijn hoogste drijfveer, zijn <em>eros</em>.</p>
<h4>Het  wetenschappelijke standpunt</h4>
<p>De wetenschap ontkent het bestaan van de  ziel. De hypothese van een intellectuele substantie als  bewegingsbeginsel van het leven is overbodig gebleken. Alle  zielsfenomenen, zoals geluk, angst, eros, achting, zijn tot lichamelijke  fenomenen te herleiden en vooral tot de hersenen. De wetenschap wekt  bij gevolg wantrouwen jegens de gebieden van de menselijke cultuur die  zich bij uitstek beroepen (beriepen) op de ziel: het nastreven van  intellectuele deugden in de filosofie, de zorg voor de ziel in de  religie, de beroering van de ziel in de kunst.</p>
<p>De  levensfilosofie kwam op in de tijd dat de wetenschappelijke herleiding  zich ook buiten de grenzen van de wetenschap breed maakte, denk aan  bijvoorbeeld aan de industriële revolutie, denk aan de historische  kritiek op de bijbel: <em>Das Leben Jesu</em> van Strauss, <em>Das Wesen  des Christenthums</em> van Feuerbach, denk aan de theorie van Darwin die  het menselijke intellect tot dierlijke listigheid herleidt. De  levensfilosofie hield vast aan het begrip van de ziel &#8211; waarom?</p>
<h4>Niets  cadeau (Szymborska)</h4>
<p>Visser hangt zijn essay op aan het gedicht <em>Niets  cadeau</em> van de Poolse Nobelprijswinnares Wisława Szymborska. Het  gedicht spreekt van een lijst van zaken die we slechts te leen hebben  gekregen, we krijgen niets cadeau. De afsluitende strofe van het gedicht  luidt:</p>
<blockquote><p>Het protest ertegen<br />
noemen we de ziel.<br />
En  dat is het enige<br />
wat niet op de lijst staat.</p></blockquote>
<p>Bij de  zaken die we te leen hebben, de schulden die het leven met ons zal  verrekenen, hoort als enige niet de ziel. We krijgen niets cadeau, de  ziel is dus niet iets. Een substantie is iets. De ziel is niet de  substantie die de metafysica huldigt en de wetenschap ontkent.<br />
De  ziel is de naam voor de verhouding van de mens tot zichzelf, de  zelfverhouding. Deze verhouding vereist een ander begrip van het zelf.  De zelfverhouding is niet de verhouding van een substantie tot zichzelf  als substantie, maar <em>het zelf is een verhouding die zich tot zichzelf  verhoudt</em> (Kierkegaard). Het zelf is geen substantie, maar een  verhouding.</p>
<h4>Levensfilosofie (Nietzsche)</h4>
<p>De aandacht voor het  eigen leven is de reden dat de levensfilosofen Nietzsche en Dilthey  aan  het begrip van de ziel vasthielden. Alleen werden zij geplaagd door een  op de wetenschap georiëntieerd biologisme (Nietzsche) of door een drang tot een grondslagenonderzoek van de geesteswetenschap (Dilthey). Het  ging Nietzsche om de uniciteit van het leven, de eenmaligheid van je  geboorte, zo betoogt Visser.  Maar het leven is voor Nietzsche  uiteindelijk een strijd van wil tot macht. Een wil tot macht is een  kracht  &#8211; anders dan een mechanische kracht &#8211; met een innerlijke wereld  die lust ervaart bij de overwinning van een andere kracht en onlust bij  zijn onderwerping. Nietzsche stelde de wil tot macht voor als  alternatief voor de mechanische fysica en het utilitaristische  darwinisme. De zelfverhouding verloor hij zo uit het oog.</p>
<h4>Existentiefilosofie  (Heidegger)</h4>
<p>De existentiefilosofie (men noemt Kierkegaard, Marcel,  Sartre, en soms Heidegger &#8211; hij maakte daar zelf terecht bezwaar tegen)  trok een scherpere lijn tussen de zelfverhouding en de wetenschap. Voor  hen draait het niet om de beaming van het leven vanuit de uniciteit van de  geboorte, maar om de singuliere existentie begrensd door de ultieme grens  van de dood. Formeel bleef de existentiefilosofie echter in de  metafysica bevangen, namelijk in de modus  van de omkering. De  metafysica onderscheidt essentie van existentie en waardeert de essentie  (het wezenlijke wat het iets is) boven de existentie (het bijkomstige  bestaan; dat het wel of niet is). De existentiefilosofie draait de  waardering slechts om en laat het metafysische onderscheid in tact.</p>
<h4>Radicale  fenomenologie van het leven (Meister Eckhart)</h4>
<p>Zowel de  levensfilosofie als de existentiefilosofie schiet dus tekort met  betrekking tot het derde standpunt van de zelfverhouding. Er is een  begrip nodig van het eigen leven, niet eenzijdig vanuit de geboorte <em>of</em> de dood. Niet vanuit de metafysische quasi-wetenschap of de  omkering van de metafysica, maar vanuit de zelfverhouding. De herneming  van de levensfilosofie noemt Visser met Michel Henry de <em>radicale  fenomenologie van het leven</em>. Hiervoor zoekt hij steun bij de  christelijke mysticus Meister Eckhart. De ziel staat in het gedicht van  Szymborska niet op de lijst, omdat het niet iets is, maar een niets. De  eenheid van de mens is niet gelegen in een iets zoals de wil tot macht  (Nietzsche) of in het toebehoren aan het niets van het zijn  (Heidegger), maar in het niets van de ziel. Dit is het  standpunt van  Eckehart. <em>&#8216;</em>Het zelf van de mens berust in de <em>oerbinding aan  een ziel </em>die (&#8230;) <em>absoluut zichzelf</em> is en blijft.&#8217; De ziel  is bij hem niet een intellectuele en productieve substantie, maar een  affectieve en receptieve resonantieruimte. De ziel is een <em>ledic  gemüete</em>, een leeg gemoed. De ziel is voor hem goddelijk, niet van  vanwege de eros naar intellectuele aanschouwing, maar vanwege &#8216;de  transformatie van <em>zelfzuchtige</em> in <em>onbaatzuchtige </em>liefde,  van <em>amor</em> in <em>caritas</em>.&#8217; Meer hierover valt te lezen in  Vissers grondige studie, het echte werk dus, <em>Gelatenheid. Gemoed en  hart bij Meister Eckhart</em>. Aan dit werk en het essay kunnen vele werkjes die hier te lande onder noemer filosofie verschijnen een voorbeeld nemen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/niets-cadeau/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Duits socialisme</title>
		<link>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/duits-socialisme</link>
		<comments>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/duits-socialisme#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 21 Apr 2010 16:57:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Kuiper</dc:creator>
				<category><![CDATA[Recensies]]></category>
		<category><![CDATA[geschiedenis]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.jeroenkuiper.info/?p=362</guid>
		<description><![CDATA[Soms kom ik een boek tegen waarvan ik denk: die  koop ik wel als paperback of in de ramsj. Het betreft uiteraard boeken,  gewichtig gezegd, aan de periferie van mijn interessesfeer. Zo&#8217;n boek  was J.A.A. van Doorn&#8217;s Duits socialisme. Het falen van de  sociaal-democratie en de triomf van het nationaal-socialisme (2007). [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.jeroenkuiper.info/wp-content/uploads/2010/04/duitssocialisme.jpg"><img class="alignright size-full wp-image-363" title="duitssocialisme" src="http://www.jeroenkuiper.info/wp-content/uploads/2010/04/duitssocialisme.jpg" alt="" width="100" height="156" /></a>Soms kom ik een boek tegen waarvan ik denk: die  koop ik wel als paperback of in de ramsj. Het betreft uiteraard boeken,  gewichtig gezegd, aan de periferie van mijn interessesfeer. Zo&#8217;n boek  was J.A.A. van Doorn&#8217;s <em>Duits socialisme. Het falen van de  sociaal-democratie en de triomf van het nationaal-socialisme</em> (2007).  In dit boek vraagt Van Doorn zich af in hoeverre het  nationaal-socialisme socialistisch was. Over het algemeen wordt het  immers als extreem-rechts en reactionair betiteld. De nazi&#8217;s zetten de  militaire traditie van Pruisen voort, zegt de een. Ze maakten gebruik  van het falen van de burgerij die geen vitale democratie had kunnen  constitueren, zegt de ander. Ze waren een masker van het kapitalisme,  zegt de derde, een communist. Iedereen krijgt dus de schuld: de  monarchie en de adel, de liberale burgerij en de kapitalisten, maar niet  de arbeiders. Van Doorn stelt de vraag wat de rol van de  sociaal-democratie is. Zijn boek bestaat, zoals het hoort, uit drie  delen: eerst beschouwt hij de sociaal-democratie in Duitsland,  vervolgens de verhouding van het socialisme tot het nationalisme en ten  slotte het nationaal-socialisme.</p>
<h3>Sociaal-democratie in Duitsland</h3>
<p>Bij  het ontstaan van de sociaal-democratie in Duitsland zou je een grote  rol van Karl Marx verwachten. Maar nee, Marx zag de revolutie van de  proletariërs als een noodzakelijke ontwikkeling, partijvorming en  activisme achtte hij niet nodig. Hij was weliswaar bij de Internationale  betrokken, maar zat niet in het bestuur. Niet iedereen ging echter op  zijn handen zit. Het was de Duitser Ferdinand Lassalle die in 1863 <em>Allgemeiner  Deutscher Arbeiterverein</em> oprichtte. Een jaar later stierf hij  overigens na een duel om een vrouw. Niet alleen koos hij in weerwil van  Marx voor het activisme, maar hij pleitte ook voor een nationalistisch  staatssocialisme, terwijl Marx, zoals bekend, sterk internationaal was  gericht en bovendien meende dat staten zouden verdwijnen. De  Lasalleaanse richting hield echter geen stand in de nieuwe <em>Sozialistische  Arbeiterpartei</em> (SAP), vanaf het ontstaan in 1875 tot 1890 door  Bismarck trouwens als <em>Reichsfeinde</em> aangemerkt. In de SAP won het  door Karl Kautsky werd uitgewerkt marxisme, het kautskyanisme. Het  kautskyanisme was niet nationalistisch maar internationalistisch, niet  activistisch maar afwachtend: &#8216;Bereit sein ist alles&#8217;.</p>
<p>Met de  Eerste Wereldoorlog verliet de sociaal-democratische partij (inmiddels  SPD geheten) de marixistisch koers en werd reformistisch, maar  theoretisch bleef het marxistisch, internationalistisch en pacifistisch  denken. In 1918 kreeg de eeuwige oppositiepartij  regeringsverantwoordelijkheid in de nieuwe Weimarrepubliek, maar strande  al twee jaar later. Ze kwam tussen 1928-1930 weer even terug in de  regering, maar mislukte ernstig. Het kabinet viel toen de SPD-ministers  net als hun fractie tegen het kabinetsbesluit tot de bouw van  pantserkruisers stemden. Er volgde totdat de nazi&#8217;s de boel overnamen  een conversatief zakenkabinet, dat het parlement negeerde. De  sociaal-democraten waren de enigen die de liberaal-democratische  republiek hadden gesteund, maar niet van harte.</p>
<h3>Nationalisme en  socialisme</h3>
<p>Er was wel een nationalistische onderstroom in de Duitse  sociaal-democratie. Reeds voor de NSDAP waren er sociaal-patrioten of  nationaal-socialisten. Zij richtten zich op Duitsland en pleitten voor  een <em>Planwirtschaft</em>, gebaseerd op het veronderstelde Duitse  vermogen tot organisatie en orde. Zij keerden terug naar Lasalle, dus  tegen het internationalisme en materialisme van het marxisme. De ideeën  van Spengler en Jünger, de arbeider als politiek soldaat, sloten hierbij  aan. Zij worden gewoonlijk als conversatief beschouwt, maar, oppert Van  Doorn, verbindt Jünger niet het Pruisische staatsidee met de totale  technocratie van de Sovjet-Unie als het model van het toekomstige  Duitsland? Dit Duits staatssocialisme moest Duitsland behoeden voor het  Engelse commercialisme. Deze onderstroom, <em>Linke Leute von Rechts</em>,  uitte zich echter vooral verbaal, in publicaties. Ze zijn volgens Van  Doorn te beschouwen als de intellectuele bovenbouw van het nazisme.</p>
<p>Het  nazisme, met de bizarre gelijkstelling communist = jood = kapitalist,  was weliswaar antimarxistisch, maar laverde tussen nationalisme en  socialisme. Met name Gregor Strasser en (verrassend genoeg) Joseph  Goebbels hingen naar links en deden radicaal-socialistische voorstellen,  zoals de afschaffing van het privé-eigendom, die echter door Hilter  werden beteugeld. Aan de andere kant marcheerden de ongeregelde  knokploegen van oud-militairen.</p>
<h3>Het socialistische van het  nationaal-socialisme</h3>
<p>Het is populair om het nationaal-socialisme als  een tijdelijke dwaling, een bedrijfsongeval te zien. Als het eindpunt  van de Pruisische afwijking van de tendens naar de moderne, liberale  democratie. Het nationaal-socialisme was echter opvallend onpruisisch:  barokke ipv strakke architectuur, Hilter was charismatisch verleider ipv  koel-militaire dictator, de leiders kwamen voornamelijk uit katholiek  ipv protestant milieu.</p>
<p>Bovendien is het moeilijk nazi-Duitsland  als een totalitaire staat te beschouwen die met terreur de massa in  bedwang houdt. Bekend is de statistiek dat de Gestapo slechts 8.000  medewerkers had (1 op 10.000 burgers), terwijl de Stasi er 91.000 had (1  op 180). De nazi-staat was op voluntarisme gebaseerd: &#8216;de Führer  tegemoet werken&#8217; (vgl. Ian Kershaw). Vergeleken met Stalin die continu  op zijn hoede was, die zijn naaste medewerkers goed in de gaten hield,  die enorme prestatiedruk op de bevolking legde, lijkt Hilter lui. Men  kon zich bovendien vrij ten lande bewegen en naar het buitenland reizen.  De boeken van Thomas Mann, buitenlandse boeken en kranten waren vrij  verkrijgbaar. Jazz en swing, als verwerpelijke negermuziek beschouwd,  was volop te horen en te koop. Ook waren slechts enkele films verboden.  Alleen de beeldende kunst kreeg harde klappen. Er waren meer  uitvoeringen van Shakespeare dan in de rest van de wereld bij elkaar.  Uit opinie-onderzoek van de SD in maart 1945 gaven de geënquêteerden  onverbloemd  kritiek op de leiding. In Amerikaanse onderzoeken eind &#8216;45  en eind &#8216;46 gaf 47% van de ondervraagden te kennen dat het  nationaal-socialisme een goed idee was geweest dat echter slecht was  uitgevoerd. In 1950 was dit zelfs 57%. Pas eind jaren 50, toen de  misdaden openlijk erkend werden en de daders vervolgd, verdween het  positieve beeld. Niet toevallig waren deze anti-joodse massamoorden door  het regime geheimgehouden. Van Doorn concludeert dat nazi-Duitsland  geen totalitaire gevangenis was, maar gebaseerd op enthousiasme en  vrijwilligheid van de bevolking. Hannah Arendt lijkt dus ook hier de  fout in te zijn gegaan (haar andere fout was de verdedigingsstrategie  van Eichmann [ik, bureaucratisch ambtenaar, voerde maar het bevel uit]  voor de waarheid aan te nemen [banaliteit van het kwaad]).</p>
<p>Daarnaast  startte het nationaal-socialisme een &#8216;moderniseringsoffensief&#8217; en niet  alleen op militair gebied. Bekend zijn de autosnelwegen, de introductie  van de radio en de film, de auto voor de massa. Minder bekend de  modernisering in de wetenschap en cultuur. Als eerste ontdekte  bijvoorbeeld nazi-Duitsland het verband tussen roken en longkanker en  vormde beleid om het roken tegen te gaan: tabaksaccijns, perscampagnes,  een rookverbod in veel publieke gebouwen en werkruimtes. De psychologie  werd uit de ivoren toren gehaald: de sterke filosofische oriëntatie werd  ingeruimd voor vakmatige professionaliteit die kon worden ingezet voor  personeelsselectie. In de sociologie kwam allerlei onderzoek naar  arbeid, bedrijf, bestuur en bevolking op gang. Het Bauhaus werd gestolen  en zonder succes heropend, maar de voormalige leden werkten met het  regime mee (zoals Ludwig Mies van der Rohe, Ernst Neufert). Zijn naar  Engeland gevluchte oprichter Walter Gropius nam opdrachten van de nazi&#8217;s  aan. Volgens Albert Speer was de Bauhausarchitectuur de officiële stijl  van het Derde Rijk geweest als Hilter niet de persoonlijke voorkeur  voor barokke kitsch had gehad.</p>
<p>Het nationaal-socialisme was  weliswaar antimarxistisch, maar toch een socialisme. De arbeid en de  arbeider werden geïdealiseerd. Er was geen sprake van de vervreemding  van de arbeid, zoals bij Hegel en Marx, maar werken was bevorderend voor  sociale integratie. Het was niet kapitalistisch, want het ging om  gemeenschapsdienst, niet om het geld. De arbeidscultus was niet louter  holle ideologie: het <em>Deutsche Arbeidsfront</em> (DAF) organiseerde  allerlei programma&#8217;s en verwierf miljoenen leden. Net als tegenwoordig  gold ontspanning in de vrije tijd als bevorderend voor de  productiviteit. Het vrijetijdsprogramma <em>Kraft durch Freude</em> (KDF)  is bekend van de Volkswagen kever, maar organiseerde ook concerten,  theatervoorstellingen en vakanties. Daarnaast was er het programma <em>Schönheit  der Arbeit</em> (SDA), dat aandacht besteedde aan de kwaliteit van de  werkomgeving: van licht, lawaai en temperatuur op de werkplek tot  bloemen in de kantines. Verder streefde het regime naar nivellering (de  tweede betekenis van <em>Gleichschaltung</em>): in het leger telde niet  zoals voorheen afkomst, maar prestaties; het verschil tussen hoofd- en  handarbeiders werd afgeschaft. De sociale collectivieit van de militaire  frontgemeenschap van 1914 diende als voorbeeld voor de te vormen  niet-burgelijke volksgemeenschap.</p>
<p>Van Doorn concludeert dat het  Derde Rijk inderdaad op weg naar socialisme. Wat de sociaal-democraten  niet lukte, lukte de nationaal-socialisten wel: modernisering en  nivellering. Het was geen socialisme in marxistisch-leninistische zin:  de productiemiddelen werd niet genationaliseerd /gesocialiseerd, maar  wel vond er een &#8216;cultuuromslag&#8217; plaats. Het ging niet om de  klassenstrijd, maar om het vormen van een egalitaire volksgemeenschap.  Het privé-eigendom (het kapitaal) blijft bestaan, maar beperkt binnen  regels van het gemeenschappelijke belang. Niet het kapitaal, maar de  mensen werden gesocialiseerd, zo werd gezegd. Dus  volksgemeenschapsocialisme of gezindheidssocialisme in plaats van  marxistische klassesocialisme. In het Nederlandse taalgebied heten zij  religieus-socialisten en cultuursocialisten, zoals Jacques de Kadt en de  Belg Hendrik de Man. Het cultuursocialisme is anders dan het marxisme  ook een culturele vernieuwingsbeweging. Zowel het kapitalisme als het  marxisme zijn hedonistisch en materialistisch, het verschil is de klasse  die de macht heeft. Het cultuursocialisme wil het op bezit en macht  gerichte eigenbelang vervangen door de gezindheid van het  gemeenschapsgevoel. Op sociaal gebied probeerde men de volksgemeenschap  te integreren door de arbeiders maatschappelijk te laten stijgen via  allerlei programma&#8217;s. Daarnaast voerde men op economisch gebied  anticyclisch beleid middels een programma van openbare werken en daarom  kreeg dit plansocialisme waardering van Keynes.</p>
<p>De grootste  bijdrage aan de militaire nederlaag van nazi-Duitsland werd geleverd  door de Sovjet-Unie. De liberaal-democratieën moesten een tegenbod doen  om het volk voor zich te winnen, dachten sommigen: het kapitalisme van  een menselijk gezicht voorzien. Zo vormde de Nederlandse regering in  ballingschap (commissie Van Rhijn) al plannen voor een sociale  voorzieningenstelsel. Na de oorlog begon de opmars van de  verzorgingsstaat, die dus niet als een breuk met het  nationaal-socialisme, maar als een voorzetting, hoewel op democratische  wijze, gezien kan worden. Van Doorn meldt dat Maarten van Rossem over de  continuïteit van de naoorlogse sociale wetgeving met de nazi-tijd een  scriptie had willen schrijven, maar vanwege de dreiging van sociale  uitsluiting op de universiteit ervan afzag. (Nu hij met emeritaat is,  zou hij dat alsnog kunnen doen, lijkt me).</p>
<p>De fout van de Duitse  sociaal-democratie voor de nazi-opkomst is volgens Van Doorn de onwil  om te integreren in het nationale verhaal. Beslissend was de zege van de  leer van Marx over het staatssocialisme van Lassalle. Lassalle zou als  voorloper van het socialisme-in-het-nationaal-socialisme gezien kunnen  worden, maar is door de nazi&#8217;s nooit als zodanig aangemerkt (hij was  immers joods). Het probleem van de sociaal-democratie in Duitsland was  dat haar socialisme geen Duits socialisme was.</p>
<h3>Conclusie</h3>
<p>Of  Van Doorn gelijk heeft, weet ik niet, dat is bij geschiedenis altijd  moeilijk te bepalen. Van Doorn&#8217;s aandacht voor welke socialistische  maatregelen werden genomen, in plaats van voor de retoriek, is een sterk  punt. Wellicht zou een meer empirisch onderzoek ter onderbouwing  gewenst zijn.</p>
<p>Wat moeten we hier nu mee? In ieder geval leert  het de les dat je je niet te veel van al te simpele indelingen, links &#8211;  rechts, reactionair &#8211; modern, goed &#8211; fout, moet aantrekken. Misschien  leert het bovendien invoelen wat de Duitse kiezer in het  nationaal-socialisme aantrok, waarom Heidegger (in 1933-1934 als rector  van de Freiburgse universiteit voor de nazi&#8217;s actief) sprak van de  innerlijke grootheid van het nationaal-socialisme.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/duits-socialisme/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De Schriftkritiek betwist</title>
		<link>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/de-schriftkritiek-betwist</link>
		<comments>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/de-schriftkritiek-betwist#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 19 Jul 2009 11:36:44 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Kuiper</dc:creator>
				<category><![CDATA[Recensies]]></category>
		<category><![CDATA[nihilisme]]></category>
		<category><![CDATA[religie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.jeroenkuiper.info/?p=206</guid>
		<description><![CDATA[Naar aanleiding van mijn vorige stukje (De Schrift betwist*) bereikte mij het verzoek om een tegengeluid (vernietigend) te bespreken, te weten Tim Keller, In alle redelijkheid. Christelijk geloof voor welwillende sceptici (2008, vert. van The Reason for God &#8211; Belief in an Age of Skepticism). Het boekje bestaat uit twee delen. In het eerste deel [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Naar aanleiding van mijn vorige stukje (<a href="/recensies/de-schrift-betwist">De Schrift betwist</a>*) bereikte mij het verzoek om een tegengeluid (vernietigend) te bespreken, te weten Tim Keller, <em>In alle redelijkheid. Christelijk geloof voor welwillende sceptici</em> (2008, vert. van <em>The Reason for God &#8211; Belief in an Age of Skepticism</em>). Het boekje bestaat uit twee delen. In het eerste deel probeert Keller de bezwaren van het atheïstisch humanisme tegen het christendom te weerleggen, met als dubieus hoofdargument dat scepsis (ook) een geloofssprong is (wat is dat? &#8211; ik heb nooit zo&#8217;n sprong gemaakt). In het tweede deel probeert hij &#8216;redenen voor geloof&#8217; te geven. In aansluiting op mijn vorige stukje, richt ik me alleen op zijn kritiek op de bijbelkritiek.</p>
<h4><strong>Het ooggetuigenargument</strong></h4>
<p>Het tegengeluid van Keller is verrassend. Hij zegt eenvoudigweg dat de historische bijbelkritiek een lachertje is (hij zegt het natuurlijk omfloerst). Jammer genoeg tuigt hij het geraaskal van Dan B.&#8217;s <em>De Da Vinci Code</em> op als stroman om tegen te argumenteren. In dat boek (en de onvermijdelijke film) schijnt  beweerd te worden dat de evangeliën doelbewust leugenachtige propaganda-instrumenten zijn om de kerkelijke hiërarchie in haar macht te versterken. Niettemin accepteert Keller het resultaat van het wetenschappelijk onderzoek naar het Nieuwe Testament, dat geconcludeerd heeft dat de evangeliën niet door ooggetuigen zijn geschreven (laat staan door de apostelen van wie ze de naam dragen) zoals altijd werd gedacht, maar 40 tot 70 jaar later. Voor veel christenen is dit ongetwijfeld een enorme schok geweest, want hoe betrouwbaar kun je schrijven over gebeurtenissen van zoveel jaar geleden, zonder hulp van internet, filmbeelden, documentatie? Keller vindt het echter geen probleem, want ten tijde van het schrijven van de evangeliën waren er nog veel ooggetuigen in leven waarop de schrijvers zich konden baseren. Paulus beweert bovendien dat er 500 ooggetuigen waren van Jezus&#8217; opstanding en hij zou er volgens Keller daarom niet mee wegkomen om in een &#8216;publiek document&#8217; een aperte leugen te verkondigen.</p>
<h4>Waar zijn de ooggetuigen?</h4>
<p>Alleen, ten eerste, is er geen aanwijzing dat de evangelieschrijvers onderzoeksjournalisten waren die alle ooggetuigen zorgvuldig interviewden en hoor en wederhoor toepasten. Met name het verhaal van Jezus&#8217; tegenstanders komt niet uit de verf: waarom moest hij nou precies dood? Graag had ik interviews met leden van de Sanhedrin, met Pontus Pilates of leden van zijn entourage in de evangeliën aangetroffen. Als de evangelieschrijvers zich al op mondelinge getuigenissen hebben gebaseerd, dan zijn dat alleen leden van de eigen parochie en geen onafhankelijke toeschouwers.</p>
<p>Daarnaast is het probleem dat de evangelieschrijvers waarschijnlijk niet in het &#8216;getroffen&#8217; gebied woonden, maar ver weg. In de nieuwe vertaling van de bijbel staat het er gewoon bij &#8211; je mag toch aannemen dat men alleen weinige controversiële stellingen erin heeft geplaatst:</p>
<ul>
<li>&#8216;Matteüs&#8217;, ca. 60 jaar later, waarschijnlijk in Antiochië (Syrië);</li>
<li>&#8216;Marcus&#8217;, ca. 40 jaar later, plaats omstreden (Rome, Romeinse Rijk, buiten Judea, of toch Galilea), in ieder geval voor niet-joden;</li>
<li>&#8216;Lucas&#8217;, ca. 40-70 jaar later, buiten Palestina;</li>
<li>&#8216;Johannes&#8217;, ca. 70 jaar later, waarschijnlijk in Klein-Azië (alias Turkije).</li>
</ul>
<p>Toegang tot veel directe ooggetuigen hadden ze dus waarschijnlijk niet, want de meesten daarvan zullen toch gewoon bij het &#8216;plaats delict&#8217; zijn blijven wonen.</p>
<h4>Het Jomanda-tegenargument</h4>
<p>Alleen Paulus had dus toegang tot veel ooggetuigen (zijn brieven worden rond 20-25 jaar later gedateerd). Hoewel het een stuk overtuigender zou zijn als bij de bijbel 500 ooggetuigenverklaringen waren geniet, in plaats van louter Paulus&#8217; bewering dat er 500 ooggetuigen waren, dan nog&#8230; We kunnen Jezus tijdens zijn leven vergelijken met Jomanda (hoewel dat uiteraard beledigend is, sorry!), namelijk een vreemd type die beweert allerlei wonderlijke genezingen te verrichten en die beweert contact te hebben met &#8216;het hogere&#8217;. Zonder twijfel zouden er 500 ooggetuigen te vinden zijn die bevestigen dat Jomanda inderdaad deze wonderen heeft verricht. Toch geloven de meesten van ons dat niet. Zo moet het ook zijn geweest ten tijde van Jezus: er waren types die het geloofden, maar de meeste joden en niet-joden niet. Paulus is dan de postume spindoctor. Kellers argument dat Paulus niet in een publiek document allerlei kolder zou kunnen vertellen, omdat er zoveel ooggetuigen zijn die dat zouden kunnen weerleggen, gaat dus niet op. Het lijkt me stug dat Jomanda-aanhangers in een pro-Jomanda-werkje de kritische stukjes uit de Volkskrant, de NRC e.d. zouden bijvoegen. Zo is het ook met de evangeliën en de brieven van Paulus: eventuele weerklanken zijn niet meegeleverd. Bovendien schreef hij de brieven naar eigen parochies en dus waren de brieven geenszins publiek.</p>
<h4>Het ongeloofwaardigheidsargument</h4>
<p>Kellers tweede argument is: het moet wel historisch zijn, want de inhoud is contraproductief. Met een kruisiging van je profeet wil je niet te koop lopen; vrouwen, als eerste getuigen van de opstanding, zijn in de Romeinse wereld ongeloofwaardig; Petrus en de andere discipelen worden niet bepaald positief afgeschilderd. Niemand zou een propaganda-legende verzinnen met zulke weinige overtuigende of zelfs schadelijke elementen. Jammer genoeg is dit een argument tegen de Dan-B.-stroman van de doelgerichte, leugenachtige propaganda. En niet eens zo&#8217;n sterke, want wie is de doelgroep? Stel, niet de joodse of Romeinse elite, maar juist de zwakken van de samenleving (daar is veel voor te zeggen, Luther bijvoorbeeld zei zoiets): de criminelen, de vrouwen, de ongeletterde sukkels. Dat, en niet per se de historiciteit ervan, verklaart wellicht waarom de vele andere profeten in Jezus&#8217; tijd geen succes hadden, maar het christendom (uiteindelijk) wel. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat de evangelieschrijvers het zelf wel allemaal geloofden, wat niets bewijst.</p>
<h4>Het detailargument</h4>
<p>Het volgende curieuze argument is: de evangeliën kunnen geen fictie zijn, want er staan veel details in (bijv. 153 vissen, Joh. 21:11), terwijl gedetailleerde fictie met details, dialogen, e.d. een modern verschijnsel (namelijk literair realisme) is. Liegen met details is modern? Ook bij Plato vind je veel details en dialogen, maar niemand gelooft dat hij letterlijk gesprekken van Socrates weergeeft. Bovendien lijken me die precieze details in opgeschreven ooggetuigenverslagen van 40-70 jaar na dato uit een ander land juist heel verdacht, want onderzoek heeft aangetoond dat ooggetuigen notoir onbetrouwbaar zijn. Het gegeven van de 153 vissen bijvoorbeeld: hebben ze dat precies geteld en hebben ze dat precies onthouden, terwijl het precieze getal geen belangrijke rol speelt en geen betekenis heeft (het is bijvoorbeeld niet door 12 deelbaar).  Als er had gestaan: &#8216;ongeveer 100-150 vissen&#8217; zou het geloofwaardiger zijn. Nee, juist zorgvuldig onderzoeksjournalistiek naar bronnen van ooggetuigen lijkt me modern, niet fictie met details. En uiteraard is ook dit weer een argument tegen de Da-Vinci-Code-stroman: het kan best dat de schrijvers niet logen, maar meenden dat het waar was.</p>
<h4>De valse profeet</h4>
<p>Veel dodelijker is echter Kellers zelf-tegenspraak. Stel, we geloven op grond van deze enorm overtuigende argumenten dat de evangeliën historisch juist zijn. Hoe zijn dan de enorme verschillen tussen de evangeliën te verklaren? Het oudste evangelie (&#8216;Marcus&#8217;) doet de opstanding af in enige regels. Pseudo-Matteüs geeft hele speeches (reden) weer, die &#8216;Marcus&#8217; niet heeft. Johannes gaat helemaal op een andere toer. Het allerergste is dat Jezus volgens Pseudo-Marcus zegt: &#8217;sommigen die hier aanwezig zijn zullen niet sterven voordat ze de komst van het koninkrijk Gods in al zijn kracht hebben meegemaakt&#8217; (Mar. 9:1) en &#8216;deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren&#8217; [dingen die het teken zijn dat het einde nabij is] (Mar. 13:30). Deze voorspellingen zijn niet uitgekomen (in ieder geval volgens het algemene begrip van de vage uitdrukking &#8216;koninkrijk Gods&#8217;). Heel wat van de ooggetuigen die dit geloofden zullen diepbedroefd gestorven zijn, wetende dat ze in een valse profeet hebben geloofd. Als deze uitspraken historisch zijn, dan is Jezus een leugenaar (nou ja, hij deed een voorspelling die niet uitkwam &#8211; hij had dus best nog sportanalist kunnen worden).</p>
<h4>Geloof noch rede in het tijdperk van het nihilisme</h4>
<p>Deze voor- en tegenargumenten bewegen zich echter aan de oppervlakte. De echte vraag is waar de twijfel (dwz. het ongeloof) vandaan komt. Hoe kan het dat een halve eeuw geleden de kerken nog vol zaten en dat nu de bisdommen parochies moeten schrappen en de dominees tegen lege stoelen preken? Door de wetenschap -  maar hoe dan? Omdat iedereen rijk is en er geen behoefte meer is &#8211; maar rijkdom brengt toch z&#8217;n eigen noden? Door de individualisering &#8211; maar waar komt die dan vandaan? Doordat in de jaren 70 de universitair opgeleide elite via het marxisme van zijn geloof viel &#8211; maar wie gelooft er nog in Marx?  Doordat de kerk conservatief is &#8211; maar dat is toch altijd zo geweest? Zolang je niet weet waar het ongeloof vandaan komt, kun je argumenteren &#8216;tot je een ons weegt&#8217;. De onzichtbare regen die de vruchtbare grond voor het geloof erodeert stroomt onverminderd door. Niet alleen het geloof in God is ernstig tanende, maar het geloof in het bovennatuurlijke überhaupt is weggespoeld. Deze tijd is niet louter <em>The Age of Skepticism</em>, maar het tijdperk van het nihilisme, waarin &#8216;het metafysische&#8217; niets geworden is. De vraag naar de oorsprong van het ongeloof is de vraag naar het nihilisme. Alle religies, ideologieën en filosofietjes blijven ontoereikend zolang zij aan deze vraag niet beantwoorden. Vooral omdat ze nihilistisch gezien voorstellingen zijn ten behoeve van het overleven, die niet onderhevig zijn aan het inzien van hun waarheid door het (God gegeven) rationele verstand, maar afhankelijk van de pragmatische maat of ze feitelijk werken of niet en zo of ze overleven in de strijd met elkaar. Niet alleen het christelijke geloof staat onder druk, maar even goed de rede waarmee Keller ons tot geloof wil brengen. Het rationeel-atheïstisch humanisme, waarop Keller zich richt, is net zo problematisch als het christendom. Hij is (met een bijbels beeld) een roepende in de woestijn.</p>
<p>* De in dat stukje opgeroepen vraag &#8216;waarom <em>de</em> Schrift?&#8217; blijkt eenvoudig te beantwoorden. Enkele naspeuringen geven te kennen dat het gebaseerd is op het Hoogduitse <em>die Schrift</em>;<em> </em>en &#8216;de Schriftuur&#8217; speelt misschien ook een kleine rol.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/de-schriftkritiek-betwist/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De Schrift betwist</title>
		<link>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/de-schrift-betwist</link>
		<comments>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/de-schrift-betwist#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 01 Jul 2009 14:10:16 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Kuiper</dc:creator>
				<category><![CDATA[Recensies]]></category>
		<category><![CDATA[religie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.jeroenkuiper.info/?p=178</guid>
		<description><![CDATA[In 1997 kwam een bundeling van bijbelcolumns uit die Maarten &#8216;t Hart voor de NRC schreef. Deze bundel draagt de titel De Schrift betwist. Wie God verlaat heeft niets te vrezen. In 2002 verscheen deel 2: De Schrift betwist. De bril van God.
Letterlijk
Mikpunt van de columns is de letterlijke opvatting van de bijbel: de bijbel [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="size-full wp-image-195 alignright" title="De Schrift betwist" src="http://www.jeroenkuiper.info/wp-content/uploads/2009/07/schrift_betwist_1k.JPG" alt="De Schrift betwist" width="100"/>In 1997 kwam een bundeling van bijbelcolumns uit die Maarten &#8216;t Hart voor de NRC schreef. Deze bundel draagt de titel <em>De Schrift betwist. Wie God verlaat heeft niets te vrezen. </em>In 2002 verscheen deel 2: <em>De Schrift betwist. De bril van God</em>.</p>
<h3>Letterlijk</h3>
<p>Mikpunt van de columns is de letterlijke opvatting van de bijbel: de bijbel zo lezen alsof het een accuraat historisch verslag van de gebeurtenissen is. Al in de eerste column constateert &#8216;t Hart dat als men aan de letterlijke historiciteit van de bijbel toornt, &#8216;het hele gebouw van het christelijke geloof&#8217; in gevaar komt. Deze manier van bijbelinterpretatie is vooral populair bij het orthodoxe en evangelische protestantisme, maar ook de rooms-katholieken beweren (in de hun kenmerkende merkwaardige stijl):</p>
<blockquote><p>&#8216;Onze heilige moeder de Kerk heeft stellig en standvastig gehouden en houdt, dat de vier genoemde evangeliën, waarvan zij <em>de historiciteit zonder aarzelen bevestigt, </em>trouw overleveren, wat Jezus, de Zoon van God, tijdens zijn leven onder de mensen tot hun eeuwig heil werkelijk heeft gedaan en geleerd tot op de dag dat Hij ten hemel is opgenomen&#8217; (<a rel="external" href="http://www.stvitus.nl/concilie/default.asp?page=/concilie/bladeren.asp&amp;ThemaID=374" target="_blank">Decreet over de goddelijke openbaring</a>, <em>mijn cursivering </em>[JK])</p></blockquote>
<p>De net iets te zelfverzekerde bewering dat men zonder aarzelen de historiciteit van de evangeliën bevestigt (de rest niet?), wordt dus door &#8216;t Hart betwist, want er is alle reden tot aarzelen. Hij doet dat  op een bijzonder geestige wijze, waarin hij valide bezwaren, van anderen en originele, afwisselt met herinneringen aan zijn gereformeerde jeugd in Maasluis. Alleen: kritische bijbelstukjes in de NRC? Dat is preken voor de eigen parochie.</p>
<h3>Het bilharzia-argument</h3>
<p>Zo brengt hij tegen het bekende natuurtheologische argument dat de mooie orde der natuur naar een God wijst een origineel argument in. God zag dat het goed was, maar zag hij ook de <a rel="external" href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Schistosomiasis" target="_blank">bilharzia</a>? De bilharzia is een infectie van parasitaire &#8216;zuigwormen&#8217; die de darmen en andere organen op een bijzonder onaangename wijze verwoesten. Ongetwijfeld zal dit bilharzia-argument school (gaan) maken tegen het bekende <em>argument from design</em>.</p>
<h3>Ongeloofwaardig</h3>
<p>Een ander thema behelst de ongeloofwaardige en soms zelfs tegenstrijdige elementen in de bijbelverhalen:</p>
<ul>
<li>De eeuwig levende priester van God en tijdgenoot van Abraham, Melchizedek (&#8216;t Hart: &#8216;Ergens in Salem, begreep ik als kind, moest een stokoud mannetje wonen, dat Abraham nog had meegemaakt. Waarom hoorde je dan nooit over dat mannetje? Waarom werd hij niet geïnterviewd?&#8217;)</li>
<li>Het gouden kalf dat Aäron (Mozes&#8217; broer nota bene) met een beitel uit het in Egypte geplunderde goud vervaardigde. Niet alleen zou de hoeveelheid goud enorm moeten zijn, maar ook begin je met een beitel niets.</li>
<li>Het Beloofde Land van &#8216;melk en honing&#8217;. Niet alleen vormen melk en honing niet bepaald een voedzaam dieet, maar het Beloofde Land blijkt ook dor en onvruchtbaar, om de haverklap is er sprake van hongersnoden.</li>
<li>Met lange maar verschillende geslachtsregisters proberen de evangelisten te bewijzen dat Jezus van koning David afstamt, via Jozef. Alleen: Jozef is Jezus&#8217; vader niet&#8230;</li>
<li>De Sanhedrin (die alleen bij klaarlichte dag bijeen mocht komen) zou aan de vooravond van Pesach een proces hebben gevoerd, waarbij ook nog eens de hogepriester zijn kleren scheurde (Matt. 26:65), maar het scheuren van kleren had Mozes verboden met de tekst &#8216;Uw kleren zult gij niet scheuren opdat gij niet sterft&#8217; (Lev. 10:6). &#8216;t Hart: &#8216;Het blijft toch het allermooist als de ene bijbeltekst met een andere bijbeltekst onderuitgehaald kan worden!&#8217;</li>
<li>Judas Iskariot zou voor zijn verraad 30 zilverlingen zijn uitbetaald (ter vervulling van Zach. 11:12). De zilverling was een munteenheid die al 300 jaar uit de roulatie was!</li>
<li>In de scene van de tempelreiniging laat Jezus zich eens van zijn niet-flegmatieke kant zien. Alleen: waarom? En waarom doet de altijd aanwezige tempelwacht niets? Bovendien: de geldwisselaars waren nodig, zodat mensen van heinde en ver hun geld konden wisselen om zo de tempelbelasting in betrouwbare munt te voldoen. De duivenhouders verschaften de benodigde offerdieren. Wat is dan de (letterlijke) betekenis van de reinigingswoede?</li>
<li>enzovoort, enzovoort, &#8230;</li>
</ul>
<h3>Selectief</h3>
<p>Verder stelt &#8216;t Hart aan de kaak dat men inconsequent is in de navolging van de bijbel:</p>
<ul>
<li>Jezus is bijzonder stellig over het navolgen van de voetwassing, maar anders dan doop en het Avondmaal is deze praktijk geruisloos verdwenen. &#8216;t Hart vermoedt vanwege de praktische bezwaren; men heeft met het brood en de wijn van het Avondmaal al genoeg problemen (de katholieken hebben de wijn voor leken zelfs geschrapt en het brood door ouwel [hostie] vervangen).</li>
<li>De drie-eenheid komt in de bijbel niet voor, behalve de onduidelijk tekst in I Joh. 5:7: &#8216;Er zijn dus drie getuigen [in de hemel: de Vader, het Woord en de heilige Geest; en deze drie zijn één. En er zijn drie getuigen op de aarde]: de Geest, het water en het bloed; en deze drie zijn één’, waarvan de cruciale tekst tussen teksthaken (in de nieuwe vertaling dan) staat, dwz. als een latere toevoeging wordt beschouwd.</li>
<li>Het Oude Testament bevat allerlei verboden ten aanzien van bloed. Toch aten arme christenen bloedworst. Daarbij komt dat het onwaarschijnlijk is dat, gezien de strenge verboden, een jood als Jezus zou spreken &#8211; zelfs al is het maar symbolisch &#8211; van het drinken van bloed.</li>
</ul>
<h3>Taalproblemen</h3>
<p>Als schrijver heeft &#8216;t Hart ook aandacht voor de taal:</p>
<ul>
<li>In de bijbel komen allerlei volkeren voor, maar een tolk is nooit nodig. In het ene vers wordt de taal van ander volk als onverstaanbaar gebrabbel weggezet, in het andere vers converseert men zonder problemen met hetzelfde volk.<br />
Jezus spreekt met Pilatus, maar in welke taal? Niemand meent dat Jezus een andere taal kon spreken dan Aramees, de Romein Pilatus was bepaald niet geïntegreerd.</li>
<li>De evangelisten getuigen van teksten van Jezus, waar zij, en niemand anders, bij waren, zoals Jezus&#8217; gebed in Gethsemane, in afzondering gebeden.</li>
<li>In zeer orthodoxe kringen wordt de Statenvertaling nog altijd als &#8216;door de Heilige Geest geïnspireerd&#8217; beschouwd. De Statenvertalers vertaalden echter het woord voor doorwaarbare plaats (een voorde) met veerpont, alsof er veerpontjes over de Jordaan voerden!  De Heilige Geest zat kennelijk even te suffen. &#8216;t Hart stelt jammer genoeg niet de epistemologische vraag hoe je überhaupt kunt weten of een tekst door de Heilige Geest is geïnspireerd is of niet.<br />
Dit stukje is in ieder geval wel / niet* door de Heilige Geest geïnspireerd.</li>
</ul>
<p>* doorhalen wat van toepassing is.</p>
<h3>Tot slot</h3>
<p>Meent &#8216;t Hart dat hij met zijn columns het christelijke geloof aan het wankelen heeft gebracht? Neen, besluit hij in zijn laatste column. Dat doen diegenen die van binnenuit de boel ondermijnen, de Kuiterts: die gelovig beginnen en als humanist eindigen.<br />
De vraag is wat er van de bijbel overblijft, als deze niet letterlijk en historisch opgevat kan worden.</p>
<p>Een literaire tekst wellicht? &#8216;t Hart wijdt een column aan het gegeven dat de vertalingen het herhaaldelijk voorkomen van &#8216;kai euthus&#8217; (= en meteen) bij Marcus maskeren. Nietzsche:</p>
<blockquote><p>&#8216;Es ist eine Feinheit, dass Gott griechisch lernte, als er Schriftsteller werden wollte — und dass er es nicht besser lernte.&#8217; (JGB 121).</p></blockquote>
<p>Je kunt de bijbel ook anders interpreteren: allegorisch, mysiek, psychologisch, existentialistisch, marxistisch.Vooral de katholieke traditie kent vele voorbeelden. Ik denk bijvoorbeeld aan de mooie interpretatie van Meister Eckhart van de tempelreiniging als de reiniging van de ziel zodat de Godheid zijn Woord in de ziel spreken kan. Toch is dan de status van &#8216;de Heilige Schrift&#8217; niet te handhaven. Je kunt ook mooie interpretaties van andere (betere/mooiere/geestigere) teksten maken. De bijbel is noch <em>de</em> Schrift (waarom eigenlijk &#8216;de&#8217; ipv. &#8216;het&#8217;?), noch per se <em>Heilig</em>. Mijn ervaring is dat in de uiterste zeldzame gevallen dat ik de bijbel weer eens ter hand neem, ik deze al zeer snel weer verveeld ter zijde leg. Ik ken het allemaal wel zo beetje; het zegt me verder niets.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/de-schrift-betwist/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Duitse Romantiek</title>
		<link>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/duitse-romantiek</link>
		<comments>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/duitse-romantiek#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 24 May 2009 17:46:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Kuiper</dc:creator>
				<category><![CDATA[Recensies]]></category>
		<category><![CDATA[beleving]]></category>
		<category><![CDATA[niets]]></category>
		<category><![CDATA[nihilisme]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.jeroenkuiper.info/?p=153</guid>
		<description><![CDATA[Een bezoek aan de lokale boekhandel stemt moedeloos. Wat te midden van de vele rekken en kleurrijke stapels is het lezen waard? Het lichte, het middelmatige en het populaire dringt zich aan je op. Menigmaal verlaat je zwaar te moede deze woestijn met lege handen. Soms tref je echter een kleine ster aan in het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignright size-thumbnail wp-image-202" title="Duitse Romantiek" src="http://www.jeroenkuiper.info/wp-content/uploads/2009/05/duitse_romantiek_1k-150x150.jpg" alt="Duitse Romantiek" width="100"/>Een bezoek aan de lokale boekhandel stemt moedeloos. Wat te midden van de vele rekken en kleurrijke stapels is het lezen waard? Het lichte, het middelmatige en het populaire dringt zich aan je op. Menigmaal verlaat je zwaar te moede deze woestijn met lege handen. Soms tref je echter een kleine ster aan in het lege hemelgewelf, zoals Safranski&#8217;s <em>Romantiek. Een Duitse affaire </em>(vert. Mark Wildschut). Safranski is bekend van zijn biografieën van Schopenhauer, Nietzche en Heidegger, waarin hij samenvattingen van het filosofisch werk weeft in het levendig en scherp vertelde levensverhaal. In dit boek heeft hij een hele periode opgepakt: de Romantiek (in de letteren: eerste helft van de 19e eeuw). Hij beperkt zich tot de letteren en wel de Duitse letteren. Het gangbare vooroordeel laat &#8216;Duits&#8217; niet met &#8216;romantiek&#8217; samengaan. Wat zou dan &#8216;Duitse Romantiek&#8217; kunnen zijn?</p>
<p>Het boek beslaat twee delen: in het eerste deel bespreekt Safranski de Duitse Romantiek, in het tweede de door- en nawerking ervan (&#8216;het romantische&#8217;). Ik bespreek in dit stukje het eerste deel.</p>
<h3>Voorspel</h3>
<p>Safranski situeert het begin bij het vertrek van de filosoof-dominee <a title="J.G. von Herder" rel="external" href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Johann_Gottfried_von_Herder">Herder</a> uit <a title="Riga (Letland)" rel="external" href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Riga">Riga</a> (1769). Onder de aanblik van de woelige zee blaast de zeewind een storm aan in zijn denken. Herder geeft &#8216;het leven&#8217; zijn gloedvolle klank. Niet de abstracte rede van de Verlichting, maar de levende rede van het concrete, existentiële, onbewuste, irrationele en scheppende, daar gaat het om.  Niet zonder ironie vertelt Safranski dat dit levende vooral (weer) in boeken zijn weerslag vindt. Opmerkelijk is dat Herder (en later ook de romantici) met het scheppend-euforische van het leven hij ook het angstaanjagende van het leven ontdekt.</p>
<p>De overgang naar de Romantiek vormt de <em>Sturm und Drang </em>van Goethe en Schiller. Terwijl de romantici de Franse Revolutie met enthousiasme begroeten, ziet <strong>Goethe </strong>het begin van het rampzalige massatijdperk. Hij pleit daarentegen voor de geleidelijke vormgeving van de individuele persoonlijkheid met de kracht van de beperking. <strong>Schiller</strong> wil de theoretische vrijheid van de Revolutie innerlijk realiseren om zo innerlijke barbarij op te heffen. Hij ontwikkelt daartoe een esthetische theorie van het spel. Door kunst en literatuur verfijnt men de gevoelens en alleen in de kunst en literatuur is de mens in zijn wezen, namelijk de spelende mens. In het spel is iets niet aan nuttigheidsbejag onderhevig, maar in de vrije speelruimte doel op zich. Zowel de ode aan het spel als het verzet tegen het nuttigheidsbejag zullen in de Romantiek een grote rol spelen.</p>
<h3>Middenspel</h3>
<p>Tijdens het voorspel ontstond dus de nadruk op het leven (het gevoel), op het individuele en op de vrije speelruimte. Filosofisch wordt deze wending doordacht door <a title="J. G. Fichte" rel="external" href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Fichte">Fichte</a>. Hij radicaliseert en dynamiseert het vrijheidsbegrip van moralistische Verlichtingsdenker Kant. Vanaf het begin de moderniteit is de leus: ik denk dus ik besta (Descartes), dwz. mijn bestaan ligt in het zichzelf voor- en zekerstellen van het ik als subject van al wat is. Het ik is bij Kant een lege voorstelling, een gegeven. Voor Fichte is het zichzelf voorstellen geen feit, maar een gebeurtenis: het ik produceert het voorstellen, het voorstellen het ik. Het &#8216;ware ik&#8217; is deze dynamische gebeurtenis. In het ik toont zich tegelijk het niet-ik, de buitenwereld, dwz. de mechanische en deterministische natuur. De mens moet het eigen dynamische ik ontdekken en de onbewuste speelruimtes ervaren, waar hij vrij is van het deterministische niet-ik. Met de bevrijding van dit ik wordt het ik echter ook een banneling zonder huis ervaren (Schlegel); het wordt belaagd door het niets (Hölderlin).</p>
<p>Een manier om het individu (en het zijnde überhaupt) te bevrijden van de complexiteitsreductie van de rede vindt <a title="F. von Schlegel" rel="external" href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Friedrich_von_Schlegel">F. Schlegel</a> in de ironie. Ook de Verlichting kende al de ironie (denk aan de Franse denkers), maar Schlegel geeft het een groot gewicht als wijze om het eigen zelf, de onderlinge relaties tussen mensen en zelfs het universum als geheel in hun complexiteit en ondoorgrondelijkheid te ontsluiten.</p>
<p>Het is <a title="L. Tieck" rel="external" href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Tieck">Tieck</a> die het romantische programma uitvoert: hij schrijft met romantische ironie over gekwelde romantische kunstenaars en over het romantische nihilisme. Hij (her)schrijft sprookjes vol mysterie (<em>De gelaarsde kat</em>, <em>Tannhäuser</em>).</p>
<p><a title="Novalis" rel="external" href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Novalis">Novalis</a> werpt de poëzie als een religie op: de mens als &#8216;middelaar&#8217; van scheppende vrijheid. Hij sterft jong en laat een fragmentarisch oeuvre na.</p>
<p><a title="F.D.E. Schleiermacher" rel="external" href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Friedrich_Schleiermacher">Schleiermacher</a> gaat nog verder en komt met een religieuze esthetica of esthetische religie, waarin het gevoel van het oneindige centraal staat.</p>
<p><a title="J.C.F. Hölderlin" rel="external" href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Friedrich_H%C3%B6lderlin">Hölderlin</a> zoekt het gevoel voor diepere betekenis in de mythische ervaring van de oude Grieken. Het goddelijke is het vluchtige moment van verhoogde intensiteit, dat hij in de taal van het gedicht duur wil geven. Het goddelijke leeft in het &#8216;ertussen&#8217;, in de open ruimte. Hölderlins verlangen om de goden van het gedicht in het nuchtere alledaagse te brengen (om het zo &#8216;heilignuchter&#8217; te maken) slaagt echter niet. Hij vervalt in &#8216;geistige Umnachtung&#8217;.</p>
<h3>Eindspel</h3>
<p>Het eerste boek eindigt met <a title="J.K.B. von Eichendorff" rel="external" href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Eichendorff">Eichendorff </a>en <a title="E.T.A. Hoffmann" rel="external" href="http://nl.wikipedia.org/wiki/E_T_A_Hoffmann">E.T.A. Hoffmann</a>. Twee ambtenaren bij wie de twijfel aan de grote visies en gevoelens van de romantici aan toeslaat. Bij de oorspronkelijke romantici die nog leven zijn houdt het revolutionaire élan ook niet aan: F. Schlegel en <a title="C.W. Brentano" rel="external" href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Clemens_Brentano">Clemens Brentano</a> bijvoorbeeld worden rooms-katholiek (je kon erop wachten) en (dus?) conservatief.</p>
<p>Een hoofdthema in Safranski&#8217;s boek is dat wanneer de Romantiek zich met politiek bemoeit, het fout gaat. Zo geraken enkele romantici later in nationalistisch vaarwater of bedrijven politieke (Duitse) propaganda tegen de Fransen. Als denkers en dichters zich met politiek bemoeien, is het in het algemeen een fiasco (denk aan Plato op Scilië). Liever had ik gezien dat Safranski ook wat aandacht aan de romantische muziek had gegeven, om te zien of zich daar eenzelfde patroon laat ontwaren.</p>
<p>Filosofisch interessanter  (&#8216;interessant&#8217; is een woord van Schlegel voor het romantische) dan romantische politiek is dat de opkomst van het gevoel in de vorm van het &#8216;zichzelf voelen&#8217; meteen gepaard gaat met gevoelens van verveling, leegte, nietigheid en niets; gevoelens die men geneigd is veel later te situeren (bij Nietzsche, Kierkegaard, het existentialisme). Blijkbaar schiet het zichzelf voelen (net als het zichzelf denken) vanaf het begin reeds tekort. Het romantische middel tegen de verveling, nameljk elke levensactiviteit intensiveren en verheffen tot iets bijzonders (oftwel: romantiseren), heft de verveling niet op. Bovendien wordt het romantiseren ingezet tegen het rationalistische nuttigheidsdenken, terwijl inmiddels dit denken zich in de vorm van belevingsrationaliteit zich er (volledig?) meester van heeft gemaakt. Dit spreekt voor Gerard Vissers these dat de beleving, zoals we het &#8216;zichzelf voelen&#8217; tegenwoordig noemen, op zichzelf tekort schiet (maar niet dat er een druk vanuit gaat [verwezen wordt naar Gerard Visser, <em>De druk van de beleving</em> (SUN 1998) <em>red.</em>]). Bij de aanblik van de boekhandel die tot de nok toe vol ligt met romans waar de lezer in zoekt naar de intensieve beleving die zijn leven zin moet geven, geeft dat te denken.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/duitse-romantiek/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De veehouder wint</title>
		<link>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/de-veehouder-wint</link>
		<comments>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/de-veehouder-wint#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 22 Mar 2009 20:49:42 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Kuiper</dc:creator>
				<category><![CDATA[Recensies]]></category>
		<category><![CDATA[Kant]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.jeroenkuiper.info/?p=140</guid>
		<description><![CDATA[Kants rassentheorie
Kant was een Verlichtingsfilosoof, die de mens opriep de onmondigheid te verlaten. Hij stelde het idee van een Volkerenbond voor. Aan de andere kant (ha, ha) heeft hij de dubieuze eer een van de eersten te zijn die het Franse woord race in de Duitse taal introduceerde. Is dit een smet op zijn blazoen? [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Kants rassentheorie</h3>
<p>Kant was een Verlichtingsfilosoof, die de mens opriep de onmondigheid te verlaten. Hij stelde het idee van een Volkerenbond voor. Aan de andere kant (ha, ha) heeft hij de dubieuze eer een van de eersten te zijn die het Franse woord <em>race</em> in de Duitse taal introduceerde. Is dit een smet op zijn blazoen? Menig humanistische mensenrechtenethicus heeft zich vanuit de clubfauteuil op Kant beroepen, maar voor zover ik weet verwijst geen kaalgeschoren racist naar Kant, wat uiteraard ook andere redenen kan hebben.</p>
<p>Kant verkondigde een hiërarchische rassentheorie. Boven aan de top stond &#8230;, nou ja, dat raad u zelf wel, en onderaan staat de &#8216;gele indiaan&#8217;. Waarom stond &#8216;het volk der Amerikanen&#8217; volgens Kant onderaan? Omdat ze het hen aan &#8216;Bildung&#8217; ontbreekt en bovendien hebben ze</p>
<blockquote><p>&#8216;keine Treibfeder, denn es fehlen ihm Affect und Leidenschaft. Sie sind nicht verliebt, daher sind sie auch nicht fruchtbar. Sie sprechen fast gar nichts, liebkosen einander nicht, sorgen auch für nichts, und sind faul&#8217; (voorlezing wintersemester 1781/82 over &#8216;<em>Menschenkunde</em>&#8216;. <em>Kants gesammlte Schriften</em> Bd. 2).</p></blockquote>
<p>Je vraagt je af hoe Kant aan deze &#8216;wijsheid&#8217; komt, in ieder geval niet door zorgvuldig wetenschappelijk onderzoek van hemzelf (hij verliet zijn woonplaats Königsberg nooit, vertelt men altijd smakelijk) noch van anderen.</p>
<h3>Waarom bewerkten de Indianen het land niet?</h3>
<p>Ik wil het hier hebben over Kants opmerking dat ze nergens voor zorgen en lui zijn, dwz.: ze bewerken het land niet, ze zijn geen boeren. Kants andere &#8216;wijsheden&#8217; kunnen immers gemakkelijk als flauwekul terzijde worden geschoven , maar hij heeft gelijk wanneer hij zegt dat de indianen het land niet bewerkten. De vraag is: waarom niet? Er zijn drie mogelijke antwoorden:</p>
<p>1. Bij toeval: ze hebben het niet ontdekt of ze redden het ook wel zonder. &#8216;Het kwam niet op hun pad&#8217;.</p>
<p>2. Racistisch: ze waren te stom of te lui.</p>
<p>3. Anders.</p>
<p>Ad 1. Het boerenbestaan heeft een aantal voordelen boven het nomadische jager-verzamelaarsbestaan. Bij goede resultaten kan het meer mensen onderhouden. Bij een gunstig klimaat is het een zekerder bestaan. Je hoeft niet telkens je huis af te breken, zodat er een duurzame gemeenschap  kan worden opgebouwd. In de strijd tussen volkeren hebben de veehouders aan het langste eind getrokken (hoeveel jager-verzamelers zijn er nog?).</p>
<p>Ad 2. De nare vraag: waarom is het racisme nu niet meer populair? Omdat het tegen de rechten van de mens is? Ach, kom. Omdat we de nare gevolgen ervan hebben gezien? Misschien. Maar toch vooral omdat het &#8216;ras&#8217; (huidskleur) geen andere bepalende eigenschappen aan een mens toebedeelt (behalve de huidskleur): het verschil tussen individuen is groter dan hun verschil in huidskleur. Anders gezegd, er is geen verzameling genen die alle leden van een &#8216;ras&#8217; gemeen hebben. Negers zijn niet sneller dan blanken, blanken niet slimmer, Aziaten niet behendiger. Voor de mens zijn er geen rassen zoals bijvoorbeeld bij honden. De rassentheorie is wetenschappelijk weerlegd.</p>
<p>Ad 3. Anders dus.</p>
<h3>Ecologisch geluk</h3>
<p>Wat dan? Gelukkig heeft iemand er over nagedacht. In zijn boek <em>Guns, Germs and Steel</em> (1997, vertaald als <em>Zwaarden, paarden en ziektekiemen</em>) stelt Jared Diamond de eenvoudige, maar verfrissende vraag: waarom veroverden de Spanjaarden zo eenvoudig Zuid-Amerika en vielen niet de Indianen Spanje binnen? Anders dan Kant baseert hij zich niet op tijdens copieuze diners vernomen geruchten, maar op wetenschappelijke gegevens. Anders dan Kant is zijn antwoord niet racistisch. Dat de Indianen Spanje niet binnenvielen, komt nadrukkelijk niet door genetische verschillen, want die verschillen zijn veel te klein. Indianen zijn niet luier of stommer dan de Europeanen, maar ook niet spiritueler of respectvoller jegens de natuur.</p>
<p>Diamond is uniek, omdat hij specialistische kennis bezit uit de fysiologie, (evolutie)biologie en de milieugeschiedenis. Deze kennis stelt hem in staat een groots perspectief te schetsen, en niet &#8211; zoals menig historicus &#8211; te blijven steken bij &#8216;de betrokkenheid van de Leidse vrouw bij de aardappelteelt van 1820-1822&#8242; of iets dergelijks.</p>
<p>Zijn antwoord is geografisch: de ecologische omstandigheden in Amerika waren ongunstig voor landbouw en veeteelt. Niet vanwege het klimaat, want tegenwoordig barst het er van de boeren. Nee, Amerika had geen goed domesticatiepotentiaal (om het geleerd te zeggen): er waren niet of nauwelijks geschikte dieren om te domesticeren en er waren niet of nauwelijks geschikte planten om te verbouwen. De komst van de mens op het Amerikaanse continent ging (toevallig of niet, dat is niet zeker) gepaard met een grote dierensterfte, zodat er nauwelijks nog grote zoogdieren overbleven. Ook komen er geen granen of andere planten voor die eenvoudig te cultiveren zijn. Maïs is in zijn wilde vorm heel klein en werd pas met heel veel moeite opgekweekt.</p>
<p>Indianen op paarden langs wuivende graanvelden zijn dus pas mogelijk geworden na de inval van de Europeanen, die wel beschikte over een groot domesticatiepotentiaal (koeien, schapen, geiten, varkens en paarden; tarwe, graan, gerst), waarvan het meeste komt uit het zogenaamde Vruchtbare Halvemaangebied (ongeveer het gebied rond de Eufraat en de Tigris, dat toen heel vruchtbaar was). De Europeanen hadden dus het ecologische geluk toegang te hebben tot dit gebied, hetzelfde geldt voor de Aziaten. De Zuid-Afrikanen (gescheiden door woenstijngebied), de aboriginal Australiërs en de Amerikaanse Indianen hadden dat geluk niet. Dankzij de landbouw en veeteelt kon de Europese cultuur groeien, specialiseren en resistent worden tegen de ziektekiemen (van hun gedomesticeerde dieren), die overigens het meeste werk deden toen de Spanjaarden Zuid-Amerika binnenvielen.</p>
<h3>Hoe gelooft en denkt de veehouder?</h3>
<p>Een interessante vraag is hoe dit ecologische verschil van invloed is geweest op de culturen; (a) op hun religie en (b) op hun denken.</p>
<p>(a) Is er een verband tussen de ontwikkelingen in religie en de ontwikkelingen in de menselijke leefwijze? Wellicht bespreek ik hier later een boek die op deze vraag ingaat.</p>
<p>(b) Heidegger bijvoorbeeld zag de huidige technisch-wetenschappelijk wereld als voltooiing van het begin van het filosofische denken bij Plato. Maar waarom dacht Plato zo? Was het een toeschikking van het Zijn? Of heeft het te maken met Plato&#8217;s goed gevulde buik, dankzij de landerijen van zijn familie en de slaven die het bewerkten?</p>
<p>Voer voor filosofen!</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/de-veehouder-wint/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Rond of plat &#8211; wat geloof jij?</title>
		<link>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/rond-of-plat-wat-geloof-jij</link>
		<comments>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/rond-of-plat-wat-geloof-jij#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 11 Feb 2009 23:01:49 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Kuiper</dc:creator>
				<category><![CDATA[Recensies]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.jeroenkuiper.info/?p=125</guid>
		<description><![CDATA[Vandaag, 12 februari 2009, is het tweehonderd geleden dat Charles Darwin werd geboren. Om die reden is het jaar 2009 bovendien tot Darwinjaar uitgeroepen (door wie eigenlijk?). De media berichtten reeds over &#8216;oplaaiende discussies&#8217; en het &#8216;ontstaan van ophef&#8217;. Een bron van ophef en oplaaiende discussies was de aankondiging van een brochure ter promotie van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Vandaag, 12 februari 2009, is het tweehonderd geleden dat Charles Darwin werd geboren. Om die reden is het jaar 2009 bovendien tot Darwinjaar uitgeroepen (door wie eigenlijk?). De media berichtten reeds over &#8216;oplaaiende discussies&#8217; en het &#8216;ontstaan van ophef&#8217;. Een bron van ophef en oplaaiende discussies was de aankondiging van een brochure ter promotie van het creationisme, die aan zes miljoen Nederlandse huishoudens zal worden verspreid. Zo&#8217;n ambitieus project schept verwachtingen. De brochure &#8216;<a href="http://www.jeroenkuiper.info/wp-content/uploads/2009/02/crea.pdf" class="pdfLink">Evolutie of schepping &#8211; Wat geloof jij?</a>&#8216; is al te lezen op <a title="creatie.info" href="http://www.creatie.info" rel="external">www.creatie.info</a> (helaas alleen via een ingebedde Flash-applicatie en niet via gewone webpagina&#8217;s (HTML) of PDF &#8211; van internet begrijpen ze in ieder geval niets). Na de onooglijke voorkant volgen zes korte paragrafen.</p>
<h3>1. Onopzettelijke zelfkritiek</h3>
<p>De auteur begint met de opmerking dat onze gedachten en onze wensen van invloed zijn op onze ervaring. Als je de natuur als schepping wilt zien, beïnvloedt dat je blik op de natuur, is het argument.</p>
<p>Dit argument werkt averechts &#8211; een goed begin! &#8211; want het is des te meer reden om je gedachten via toetsbare experimenten door concurrerende wetenschappers met verschillende gedachten en wensen te laten uitvoeren, en niet zomaar geloven wat men je vertelt of wat je in een of ander boek leest.</p>
<h3>2. Een theologisch intermezzo</h3>
<p>Na de onopzettelijke zelfkritiek gaat men verder met de vraag &#8216;wie is God?&#8217; Eindelijk eens antwoord op deze vraag, denkt de twijfelaar! Maar helaas, het antwoord is: God weet alles, maar de mens kan God niet begrijpen. We kunnen namelijk als product van God de Producent niet begrijpen, net zoals een schilderij de kunstenaar die het schilderde niet kan begrijpen.</p>
<p>Wat doet dit theologische standpunt met deze idiote argumentatie hier? (Een standpunt dat overigens geenszins oncontroversieel is, Thomas van Aquino dacht hier bijvoorbeeld heel anders over). Gezien het doel van de brochure, mensen laten twijfelen aan de evolutietheorie, is het een slag in de lucht.</p>
<h3>3. Een stukje wetenschapsfilosofie</h3>
<p>Na de bijdrage aan de theologie volgt een bijdrage aan de wetenschapsfilosofie. De auteur verdeelt de wetenschappen in technische en historische. Historische wetenschap zou volledig afhankelijk zijn van hoe je er naar kijkt: Nederlanders zien de Vikingen als plunderend tuig, de Zweden zien hen als dappere avonturiers. De auteur suggereert vervolgens dat evolutietheorie zo&#8217;n historische &#8216;wetenschap&#8217; is.</p>
<p>Wetenschap is een kwestie van toetsbaarheid. Wat hier voor &#8216;historische wetenschap&#8217; aangezien wordt, heeft niets met wetenschap te maken. Zelfs binnen dit vreemde onderscheid is evolutietheorie een &#8216;technische wetenschap&#8217;. Je kunt in een laboratorium heel goed evolutie testen met beestjes van korte levensduur, zoals bacteriën, fruitvliegjes of virussen (eigenlijk geen &#8216;beestje&#8217;). Als dan zou blijken dat individuen die totaal niet goed zijn ingesteld op de omstandigheden het winnen van individuen die dat wel zijn, of dat een oogloos beest in één generatie een prachtig stel ogen krijgt, dan komt de evolutietheorie in de problemen. Zie daar een &#8216;technisch&#8217; experiment met de evolutietheorie, er komt geen &#8216;historie&#8217; aan te pas.</p>
<p>Een ander voorbeeld: er zijn bacteriën die resistent zijn geworden tegen bepaalde antibiotica. Zijn deze door God geschapen en hebben zij in het verborgene liggen wachten tot deze antibiotica door de mens ontwikkeld waren, om vervolgens toe te slaan in (vooral Amerikaanse) ziekenhuizen? Of zijn ze zo geëvolueerd? Zijn telkens bacteriën die bij toeval net iets beter bestand waren tegen de antibiotica vermenigvuldigd ten opzichte van hun zwakkere broeders? En woekeren deze bacteriën vooral daar waar men onzorgvuldig met antibiotica is omgegaan?</p>
<h3>4. Zowaar, een argument!</h3>
<p>In deze paragraaf stelt men: het duurt heel lang voortdat iets zich kan ontwikkelen en daar is veel energie voor nodig. Inderdaad! Maar de auteur stelt: in de loop van tijd treedt verval op: huizen storten in, je slaapkamer wordt een zooitje (en religies verdwijnen, voeg ik toe). Dus is de suggestie: er kan nooit vanzelf een mens uit een eencellig diertje ontstaan.</p>
<p>Vanzelf? De voorbeelden van de auteur hebben betrekking op dode dingen, levende dingen strijden heel hard tegen verval. Leven is zelfs strijden tegen verval, tegen de dood, zou je kunnen zeggen. Levende dieren die dat niet doen, die worden uitgeselecteerd, hun genen vermenigvuldigen niet. Een levensmoe konijn redt het niet. Het eerste echte argument tegen de evolutietheorie is wel heel zwak gekozen.</p>
<h3>5. Geologie van de koude grond</h3>
<p>De vijfde paragraaf stapt al weer af van het bestrijden van het darwinisme, de auteur begint over fossielen en aardlagen.</p>
<p>Dat is een kwestie van geologie, niet biologie! Bovendien zou de evolutietheorie ook een sterke theorie zijn als er helemaal geen fossielen waren, want experimenten zijn ook mogelijk (zie punt 3). En er is nog zoiets als DNA, dat moet zelfs de meest verstokte creationist toegeven. Organismes verspreiden genen (of eigenlijk: genen bouwen organismes om zich te verspreiden). Genen muteren en combineren. Zou de variatie stoppen bij door God ingestelde soortgrenzen of niet? Wat denk jij?</p>
<p>De auteur eindigt deze paragraaf met een opmerking over een fout in schoolboeken.</p>
<p>Mensen maken boeken, mensen maken fouten, ergo: schoolboeken bevatten fouten, net als andere boeken, zoals de bijbel.</p>
<h3>6. Evangelische stoplappen</h3>
<p>En daar is het einde al, dat het geheel voor het gemak nog even samenvat. De auteur trakteert ons ten slotte op de antwoorden die de bijbel biedt, namelijk dat Jezus Christus de Hoop is voor de zondige mens.</p>
<p>Stoplappen in Hoofdletters overtuigen Niet. Is het waar wat in de bijbel staat? En hoe weet je dat? Om over na te denken!</p>
<h3>Conclusie</h3>
<p>Als ik een orthodox christen zou zijn, die het brood uit de monden van zijn kinderen had gespaard om bij te dragen aan deze brochure, zou ik me zwaar belazerd voelen. Met zo&#8217;n actie is een enorm bedrag in het spel, men heeft een hele campagne opgestart, discussies laaien op, men roert de trom, timmert aan de weg. Ik had verwacht dat men intelligente mensen de allerbeste argumenten tegen de evolutietheorie zou laten verzamelen en uitleggen, om daarmee de voorstanders eens het vuur aan de schenen te leggen. Hier is echter geen sprake van, er is maar één zwak en miezerig paragraafje die op de evolutietheorie in gaat, de (even onzinnige) rest gaat over andere zaken. Zelfs de foldertjes met die lelijke tekeningen die Jehova&#8217;s Getuigen je in handen duwen gaan beter op de zaken is. Is er misschien sprake van een grap of oplichting? Valt de brochure wel binnenkort in de bus? Zit er ergens een grinnikende predikant in zijn zwembroek aan een Caribisch strand? Ik verwacht in dat geval meerdere publicaties in deze serie:</p>
<ul>
<li>&#8216;De aarde: rond of plat &#8211; Wat geloof jij?&#8217;</li>
<li>&#8216;Heliocentrisme of geocentrisme &#8211; Wat geloof jij?&#8217;</li>
<li>&#8216;Ontlading van spanningsverschillen of de hamer van Thor &#8211; Wat geloof jij?&#8217;</li>
<li>&#8216;Quantummechanica of locus naturalis &#8211; Wat geloof jij?&#8217;</li>
<li>&#8216;Organen of humoren &#8211; Wat geloof jij?&#8217;</li>
</ul>
<h3>Koppelingen:</h3>
<p>Een onbekende heer is wel uit de luie leunstoel gekomen en gaat <a href="http://denkeensechtna.blogspot.com/2008/11/introductie.html" target="_blank">hier</a> nauwgezet op het vodje in. Een <a href="http://www.neecreationisme-jadarwin.nl/?p=121" target="_blank">ander</a> had al speciale NEE-JA-stickers laten maken.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/rond-of-plat-wat-geloof-jij/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Met de labjas in de leunstoel</title>
		<link>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/met-de-labjas-in-de-leunstoel</link>
		<comments>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/met-de-labjas-in-de-leunstoel#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 02 Jan 2009 16:15:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Kuiper</dc:creator>
				<category><![CDATA[Recensies]]></category>
		<category><![CDATA[ontologie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.jeroenkuiper.info/?p=111</guid>
		<description><![CDATA[Filosofie gelijk de natuurwetenschappen: het gedachte-experiment
In zijn boekje Het laboratorium in je hoofd bundelt Sebastien Valkenberg 14 vlotte essays over, conform de ondertitel, &#8216;hoe filosofen te werk gaan&#8217;. Filosofie is blijkbaar een soort werk. Hoe gaan filosofen te werk, gesteld dat filosofie een werk is? De titel spreekt van een laboratorium, een werkplaats (weer: werk) [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Filosofie gelijk de natuurwetenschappen: het gedachte-experiment</h3>
<p>In zijn boekje <em>Het laboratorium in je hoofd </em>bundelt Sebastien Valkenberg<em> </em>14 vlotte essays over, conform de ondertitel, &#8216;hoe filosofen te werk gaan&#8217;. Filosofie is blijkbaar een soort werk. Hoe gaan filosofen te werk, gesteld dat filosofie een werk is? De titel spreekt van een laboratorium, een werkplaats (weer: werk) voor natuurwetenschappelijk en technisch onderzoek. Valkenberg vergelijkt de filosofie met de natuurwetenschappen. De natuurwetenschappen doen met behulp van reageerbuizen, proefdieren en deeltjesversnellers experimenteel onderzoek om de theorieën over de natuur te verbeteren en te testen. Maar wat voor experimenteel onderzoek doet de filosoof? In het boek staat het <strong>gedachte-experiment</strong> centraal. Ik stap in mijn filosofisch lab en neem de inleiding onder de loep.</p>
<h3>Filosofie versus de natuurwetenschappen: hoe- versus wat-vragen</h3>
<p>Wat onderzoekt de filosoof met behulp van het gedachte-experiment? Volgens Valkenberg stelt de wetenschap hoe-vragen. Hoe reageren deze stoffen? Hoe reageert de rat? Hoe gedragen de allerkleinste deeltjes zich? Het CBS verzamelt en berekent statistieken over hoeveel misdaden er worden gepleegd of over hoe het met &#8217;s Neerlands welzijn is gesteld.</p>
<p>De filosoof buigt zich niet over deze wetenschappelijke hoe-vragen, maar over wat-vragen. Goed, die cijfers over de criminaliteit, &#8216;Maar leert dit ons iets over het kwaad?&#8217; vraagt Valkenberg zich af. De vraag &#8216;wat is het kwaad?&#8217; is niet op te lossen binnen het domein van de wetenschap, dat is de taak voor de filosoof. Deze moet definiëren en demarqueren: &#8216;ontologisch onderzoek&#8217;. Het gedachte-experiment is het instrument voor het ontologisch onderzoek. Filosofie is dus volgens Valkenberg het formuleren van definities van wat iets is, zoals aangeduid met algemene of abstracte begrippen (bijvoorbeeld het kwaad), met behulp van het gedachte-experiment als toetssteen.</p>
<p>Valkenberg noemt nog een verschil met de natuurwetenschappen. Het natuurwetenschappelijk experiment is aan grenzen gebonden: het chemische experiment wordt begrensd door veiligheidseisen, het experiment met proefdieren is om ethische redenen beperkt en het fysische experiment loopt tegen de grenzen van de apparatuur aan. De filosoof daarentegen kent in zijn denken geen grenzen en heeft alle vrijheid om de gefantaseerde omstandigheden te manipuleren.</p>
<h3>Filosofie gelijk de letteren: universele waarheden</h3>
<p>Valkenberg vergelijkt de filosofie niet alleen met de natuurwetenschappen, maar ook met de letteren. <em>The Plot Against America</em> van Philip Roth (2004; ja, hij leest niet alleen dode filosofen!) is een gedachte-experiment over wat er was gebeurd als niet Roosevelt, maar nazi-vriend Charles Lindbergh president was geworden. De literatuur is fictie die universele waarheden toont, net als de filosofie. Het verschil is volgens Valkenberg dat de letteren zich op concrete problemen richt (deze en die kwade antisemieten), terwijl de filosofie abstracte problemen onderzoekt, zoals het kwaad in het algemeen.</p>
<p>Bovendien draagt het gedachte-experiment mee aan de verlevendiging van de filosofische teksten; het is de mosterd bij de zware maaltijd.</p>
<h3>Het denken getest in een gedachte-experiment?</h3>
<p>Met behulp van het gedachte-experiment hemelt Valkenberg de filosofie op. De filosofie is &#8230;</p>
<ul>
<li>intellectueel respectabel en geloofwaardig. Net als de alom in hoog aanzien staande natuurwetenschappen kan zij theorieën testen met experimenten.</li>
<li>nuttig en van toepassing op het alledaagse. De filosofie lost actuele en relevante wat-vragen op, zoals &#8216;wat is het kwaad?&#8217;</li>
<li>spannend. De filosofie is vrij van grenzen en kan daarom het risico opzoeken, terwijl de wetenschappen begrensd en risicomijdend zijn.</li>
<li>literair en verheven. De filosofie is net als literatuur bezig met fictie die op niet op gewone particuliere maar op verheven universele waarheden is gericht.</li>
</ul>
<p>Het is te mooi om waar te zijn.</p>
<p>Allereerst, het gedachte-experiment als toetssteen van gedachten:</p>
<ol>
<li>Hoe kan een experiment zonder grenzen ooit een theorie testen? Het natuurwetenschappelijke experiment kan een test van een theorie doen slagen of falen, juist omdat het grenzen heeft en stelt. Vanwege de natuurlijke grenzen is het mogelijk dat een test faalt. Een gedachte-experiment zonder grenzen kan altijd worden aangepast als de theorie lijkt te falen. Het bezwaar van het gedachte-experiment is dat het getoetste en de toets hetzelfde zijn: de gedachte, het denken. Het is niets anders dan: &#8216;wij van wc-eend adviseren: wc-eend&#8217;.</li>
<li>Is een gedachte-experiment of meer in het algemeen een gedachte werkelijk zonder grenzen? Sommige gedachten zijn voor mij ondenkbaar. Ik kan bijvoorbeeld niet begrijpen wat de Grieken onder &#8216;goden&#8217; verstaan. Het is niet mogelijk je tot het antieke geloof van de Grieken te bekeren. Ook raak ik niet radeloos van het uitblijven van het antwoord op wat-is-vragen, zoals de sprekers in Plato&#8217;s dialogen wel.</li>
<li>Is het de propagandist van het gedachte-experiment niet eerder te doen om de filosofie met de mantel der respectabele wetenschappen te omkleden? De filosofie wordt immers over het algemeen door vakwetenschappers met dedain bekeken. Met de introductie van het gedachte-experiment als toetssteen zegt de filosoof: wij zijn net als jullie experimenteel toetsbaar.</li>
</ol>
<h3>Filosofie als ontologie?</h3>
<p>De overwegingen bij het gedachte-experiment brengen ons bij de belangrijkere vraag naar de voorstelling die Valkenberg ons voorschotelt van de filosofie: de filosofie stelt wat-vragen. Zijn licht verteerbare essays in het boekje staan helaas in schril contrast met de pretenties van de inleiding. De vorm van het essay nodigt uit tot vrijblijvendheid en vaagheid. Neemt men de pretenties serieus, dan zou de schrijver scherp moeten aangeven wat de behandelde wat-vraag is, welke theorieën als antwoorden in het geding zijn en hoe het gedachte-experiment een test voor deze antwoorden vormt. Nu blijft het beperkt tot bijdragen aan de letteren, niet aan de filosofie.</p>
<p>De gedachte van het gedachte-experiment als instrument in de filosofie is tamelijk nieuw (zeg, een eeuw of zo oud), maar de filosofie als het stellen van wat-vragen is oud, zo oud als de filosofie zelf. Deze gaat namelijk terug op Plato. Plato stelde inderdaad &#8216;wat is X?&#8217;-vragen, van &#8216;wat is klei?&#8217; tot &#8216;wat is het goede?&#8217;. Hij vroeg zich af hoe het toch mogelijk is dat ik allerlei individueel voorkomende en verschillende substanties zie en deze toch onder de ene noemer &#8216;klei&#8217; kan plaatsen. Plato zocht het antwoord in een hoger zijnde, een onveranderlijke idea (aanblik). Ik zie al dat spul als klei dankzij de aanblik van de &#8216;kleiheid&#8217;. De inspiratie voor deze opvatting haalde Plato uit de wiskunde: je kunt over fysiek voorkomende driehoeken van alles berekenen op basis van de geometrie van het perfecte driehoek, zonder empirisch te hoeven meten. Plato&#8217;s denken is een (of de) oorsprong van de moderne wetenschap (de mathematische benadering van de natuur). Plato&#8217;s antwoorden op deze wat-vragen hebben nauwelijks nog aanhang. De vraag is: heeft deze manier van vragen nog zin?</p>
<p>Voor wat betreft wat-vragen naar klei en de meer fundamentele begrippen omtrent de natuur duidelijk niet. Wat is klei? Vraag het de bodemspecialist. Wat is ruimte? Deze vraag is onderdeel van de natuurkunde zelf (vgl. Quine). De verandering van de opvatting over ruimte, van absoluut (Newton) naar relatief (Einstein), voltrok binnen de natuurkunde zelf en is binnen de natuurkunde zelf getest. Er is geen filosoof met gedachte-experimenten aan de pas gekomen. De overgang van het begrip van het leven als universeel en onveranderlijk naar evolutionair heeft zich binnen de biologie voltrokken. Ook hier was geen filosoof nodig. De wetenschappen hebben geen behoefte aan filosofen die hun algemene en abstracte begrippen via &#8216;ontologisch onderzoek&#8217; gaan definiëren. Dat doen ze zelf wel. Nooit drommen wanhopige wetenschappers en masse bij de faculteit wijsbegeerte samen vanwege een grondslagencrisis.</p>
<p>Dan rest Valkenbergs favoriete voorbeeld: wat is het kwaad in het algemeen? Ik heb moeite om de betekenis van deze vraag te begrijpen. &#8216;Het kwaad&#8217; is een culturele notie: in sommige culturen is (was) het varen met een boot taboe, in andere niet. In sommige wordt overspel door de staat streng bestraft en in andere niet. Vroeger was mastuberen zondig, tegenwoordig wordt het aangemoedigd. Maar niet alles is relatief: andere zaken zijn in bijna alle culturen &#8216;het kwaad&#8217;, zoals een ander mens (van dezelfde groep) doden. Waarom? De mens is een dier dat in sociale groepen leeft. Culturen die moord niet veroordelen redden het niet lang. Wat is dan &#8216;het kwaad in het algemeen&#8217;? Wat ga je daar als filosoof met je gedachte-experiment van zeggen? En wie zit daar op te wachten? Als je een antwoord hebt, kun je vervolgens &#8216;het kwaad&#8217; bestrijden en betreden we het paradijs?</p>
<h3>Een stap terug voorbij de ontologie</h3>
<p>Hoe moet het met de filosofie, als ze geen ontologie meer kan zijn? Heidegger stelt voor om de wat-vraag (de leidende vraag van de ontologie) met rust te laten. De bestemming van de filosofie zou liggen in de vraag naar de grond van de wat-vraag (de grondvraag van de <em>Fundamentalontologie</em>). Het is duister wat hij daarmee bedoelt, maar hij lijkt het te zoeken in de eindigheid van het bestaan en/of de eindigheid van de taal. De taal is bijvoorbeeld niet alleen instrument: sommige woorden kruipen er ongemerkt in, zoals filosofie als &#8216;werk&#8217; bij Valkenberg. Je kunt in het gedachte-experiment niet alles denken, vanwege grenzen in de mogelijke betekenis. Denken is immers niet zozeer in je hoofd (hoewel juist), maar in de taal. Ook het denken hoeft dus niet louter een instrument te zijn om problemen mee op te lossen.</p>
<p>Een andere lijn volgt Wittgenstein. Wittgenstein vergelijkt de filosofische problemen met luchtkastelen. De taak van de filosofie is om aan te tonen dat deze problemen (de wat-vragen) luchtkastelen zijn, want de filosofische vragen berusten op taalverwarring. De wat-vragen zijn niet opgelost in de zin van het experimenteel produceren van een oplossing, maar opgelost zoals wolken oplossen. Ze zijn verdwenen, weggewaaid, want het is verdisconteerd in het technisch-wetenschappelijk onderzoek, in het laboratiumwerk. Op het ontologisch onderzoek zit niemand te wachten.</p>
<p>Is filosofie werk? Werken is het oplossen van problemen. De oplossing bestaat in het wegnemen van het probleem door het te weeg brengen van veranderingen. De wetenschap is hierin geslaagd. Ziektes zijn genezen, technische apparaten worden steeds beter en sneller. De filosofie heeft drie mogelijkheden:</p>
<ol>
<li>hierin meegaan en een wetenschap worden. &#8216;Filosofie&#8217; wordt geschiedenis van ideeën, literatuurwetenschap, maar is geen filosofie meer. Deze wijsbegeerte is werk.</li>
<li>hierin niet meegaan en oude wegen voortzetten (Valkenberg). De oude wegen zijn echter uitgeput en zijn niet meer levensvatbaar. Het is de weg naar werkeloosheid.</li>
<li>hierin niet meegaan en nieuwe wegen voor de filosofie zoeken. De enige overblijvende optie. De vraag is of dat mogelijk is, of er nieuwe wegen voor de filosofie zijn en waarin deze zouden moeten bestaan. Deze vraag, en niet de beantwoording van achterhaalde wat-vragen, is de primaire opgave voor de hedendaagse filosofie. Deze opgave is zelfstandig, het is niet te vergelijken met de natuurwetenschappen of de letteren. Het is bovendien een bescheiden opgave, het zal geen problemen oplossen of nuttige zaken produceren. Het is niet louter werk.</li>
</ol>
<p>Met de labjas nog aan plof ik terug in de leunstoel.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.jeroenkuiper.info/recensies/met-de-labjas-in-de-leunstoel/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
