Bachcantate 56

Het is niet eenvoudig, zo niet onmogelijk om iets zinnigs van muziek te zeggen. Je kunt je waardering of afkeuring uitspreken, het is mooi of lelijk, goed of slecht. Je kunt iets zeggen van de uitvoering, over het leven van de componist en zijn levenssituatie tijdens het componeren, over het tempo, over het contrast, etc. Maar dat alles valt in het niet bij het beluisteren van de muziek zelf. Waarom toch het gepraat en geschrijf over muziek? Alleen omdat het schrijver er aardigheid in heeft en de lezer ook ‘en de rest is onzin’, zoals Karel van het Reve over literatuurgeschiedenis zegt? Nee, het is meer dan dat. Van elke stukje over muziek is te hopen dat het de luisterervaring verandert, aanvult, verrijkt. Je hoort na het lezen ervan iets meer, iets anders, iets beter.

De tekst

Het wordt nog ingewikkelder, althans voor het denken, niet zozeer voor het luisteren, als er tekst meegemoeid is. Is de tekst ondersteuning van de muziek of andersom? Of staan beide in dienst van het drama? Een ...

De gelijkschakeling der universiteit

Logo EOFBij elke landelijke verkiezing rekent het Centraal Planbureau (CPB) de verkiezingsprogramma's door. Voor het eerst heeft de Excentrische Orde voor de Filosofie (EOF) de partijprogramma's van de politieke partijen doorgerekendgedacht. We hebben ons gericht op één onderwerp: de universiteit. De hedendaagse universiteit is een managementuniversiteit geworden: in plaats ...

Het einde van ‘t jaar

J.C. Bloem is vooral bekend van de regel 'Domweg gelukkig, in de Dapperstraat'. Het gedicht 'De Dapperstraat' is dubbelzinniger dan de bekende regel suggereert.